- Personen
- Publicaties
-
Organisaties
- Adviescolleges
- Colleges
- Deelgemeentes
- Diensten en agentschappen
- Gemeentes
- Hoog college van Staat
- Koepelorganisaties
- Ministeries
- Openbaar lichaam voor bedrijf en beroep
- Politiekorpsen
- Provincies
- Rechterlijke Macht
- Regering
- Regionale samenwerkingsorganen
- Staten-Generaal
- Waterschappen
- Zelfstandige Bestuursorganen
- Partijen
- Tweets
- Nieuws
Landbouw- en Visserijraad; Brief regering; Geannoteerde agenda Landbouw- en Visserijraad 28 juni 2011
| Datum publicatie: | 2011-06-27 |
| Datum uitgifte: | 2011-06-20 |
| Organisaties: | |
| Indieners: |
|
| Dossier: |
Tweede Kamer der Staten-Generaal
2
Vergaderjaar 2010–2011
21 501-32 Landbouw- en Visserijraad
Nr. 500 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN,
LANDBOUW EN INNOVATIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 juni 2011
In deze brief informeer ik u over de onderwerpen die op de agenda staan
van de Landbouw- en Visserijraad die op 28 juni plaatsvindt in Luxem-
burg, alsmede over mijn inzet tijdens die bijeenkomst. Op de agenda
staan zowel landbouw- als visserijonderwerpen.
Op visserijgebied gaat het allereerst om een mededeling van de Europese
Commissie over de vangstmogelijkheden voor 2012. Daarnaast is onder
diversen op verzoek van de Ierse delegatie de makreelvisserij door IJsland
en de Faeroër geagendeerd. Ik zal zelf onder diversen aandacht vragen
voor de van 9 tot en met 11 maart jl. in Noordwijk door Nederland
georganiseerde High Level Conference on the future of the Common
Fisheries Policy. Tijdens de Raad zal ik het verslag van deze conferentie
uitreiken aan mijn EU-collega’s.
Op het gebied van de landbouw zal de Raad – onder voorbehoud, maar
zeer waarschijnlijk – spreken over de stand van zaken met betrekking tot
de EHEC-bacterie en de gevolgen daarvan voor de telers van groenten en
fruit.
Het is mogelijk dat er nog onderwerpen aan de agenda toegevoegd
worden.
Vangstmogelijkheden voor de visserij in 2012
(Presentatie door de Commissie; gedachtewisseling)
De Raad zal van gedachten wisselen over de mededeling van de
Commissie over de vangstmogelijkheden voor 2012. Deze mededeling
schetst in algemene bewoordingen de stand van de visbestanden in
EU-wateren, geeft aan met welke generieke spelregels de vangstmogelijk-
heden voor 2012 zullen worden vastgesteld en gaat in op het besluitvor-
mingsproces in de rest van 2011.
kst-21501-32-500
ISSN 0921 - 7371
’s-Gravenhage 2011 Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 21 501-32, nr. 500 1
Over de staat van de visbestanden schetst de Commissie een gemengd
beeld: het aantal overbeviste bestanden is gereduceerd, maar de toestand
van veel bestanden baart nog steeds zorgen. De Commissie wil met het
oog op het bereiken van MSY (Maximum Sustainable Yield of Maximaal
Duurzame Oogst) in 2015 de visserijsterfte de komende drie jaar in gelijke
stappen reduceren.
Voor bestanden waar wegens het ontbreken van informatie geen
wetenschappelijk advies voor is, wil de Commissie een automatische
vangstreductie van 25 procent toepassen. In voorgaande jaren werden de
vangstmogelijkheden voor deze categorie bestanden nog stapsgewijs
gereduceerd tot werkelijke vangstniveaus. Voorts stelt de Commissie voor
om de besluitvorming over enerzijds de autonome EU-bestanden en
anderzijds de samen met derde landen beheerde bestanden in twee
verschillende maanden te laten plaatsvinden (respectievelijk november en
december).
Ik kan instemmen met het voornemen van de Commissie met betrekking
tot het bereiken van MSY in 2015, maar acht bij de verdere uitwerking en
toepassing van het MSY-principe een zorgvuldige wetenschappelijke
onderbouwing noodzakelijk, waarbij ook de maatschappelijke organisaties
en industrie betrokken zijn.
Voor wat betreft het beheer van soorten waarvoor geen wetenschappelijk
advies bestaat wil ik, in samenwerking met de Commissie en andere
lidstaten, de eerder ingezette verkenning van alternatieve richtsnoeren
voor het beheer van soorten continueren vóórdat eventueel wordt
besloten af te wijken van de aanpak die in de afgelopen jaren gebruikelijk
was.
Verder ben ik blij met de transparantie over het besluitvormingsproces,
maar zie ik geen meerwaarde in de ingrijpende opsplitsing tussen de
besluitvorming over autonome EU-bestanden en over de samen met
derde landen beheerde bestanden. Hoewel ik er voorstander van ben om
waar mogelijk besluitvorming in een eerder stadium dan tijdens de Raad
van december te laten plaatsvinden, zie ik in dit specifieke geval te veel
onderlinge relaties tussen bestanden in beide onderhandelingsonderdelen
om ze goed te kunnen splitsen. Bovendien geef ik er de voorkeur aan over
dergelijke ingrijpende wijzigingen te besluiten in het kader van de
hervorming van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid.
(mogelijk) Follow-up EHEC-uitbraak
De Commissie zal mogelijk informatiegeven over de maatregelen die tot
nu toe genomen zijn in het kader van de EHEC-besmettingen. In de Raad
zal naar verwachting de marktsituatie opnieuw worden besproken. Ook zal
mogelijk worden bekeken of verdere maatregelen noodzakelijk zijn.
Zoals reeds aangekondigd in en ondersteund door uw Kamer zal ik samen
met mijn Belgische collega aandacht vragen voor een vergoeding («sup-
pletie») voor ondernemers die onder de zeer moeilijke marktomstandig-
heden producten verkocht hebben tegen zeer lage prijzen (en hun
producten dus niet uit de markt hebben genomen). Mogelijk zullen ook
andere lidstaten aandacht vragen voor aanvullende regelingen. Daarbij zal
ook met name naar de handel moeten worden gekeken onder andere als
gevolg van de importstop van de Russische Federatie.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 21 501-32, nr. 500 2
Diversen
Makreelvisserij door IJsland en de Faeröer
(Informatie van de Ierse delegatie)
Ierland heeft de situatie in het internationale makreelbeheer geagendeerd.
Aanleiding hiervoor is het uitblijven van maatregelen door de Commissie
om IJsland en de Faeröer te bewegen tot een overeenkomst met de EU en
Noorwegen te komen over de vangsthoeveelheden voor makreel.
Voor 2010 en voor 2011 heeft IJsland unilateraal een onevenredig groot
quotum vastgesteld van respectievelijk 130 000 en 146 000 ton (meer dan
1/5 van de door de International Council for the Exploration of the Sea
(ICES) geadviseerde totale vangsthoeveelheid). IJsland voert aan dat het
makreelbestand meer en meer migreert naar de IJslandse wateren. Ook
de Faeröer hebben voor 2010 en 2011 unilateraal een onevenredig groot
quotum vastgesteld van respectievelijk 85 000 ton en 130 000 ton. Het
vaststellen van hoge unilaterale quota door IJsland en de Faeröer brengt
het duurzaam beheer van het makreelbestand in gevaar.
Tijdens een speciale bijeenkomst van het Europese Economische Ruimte
Joint Committee (januari 2011) heeft de Commissie aangegeven maatre-
gelen tegen IJsland te overwegen. Met de Faeröer is er in maart 2011
opnieuw een overlegronde geweest zonder dat een akkoord bereikt werd.
IJsland is eerder uit de onderhandelingen gestapt. Een akkoord lijkt steeds
verder weg.
Ik maak me ernstig zorgen over het beheer van het makreelbestand.
Duurzaam beheer moet voorop staan. Er kan niet zonder meer worden
ingestemd met de zeer grote claims van IJsland en de Faeröer. Ik zal
Ierland steunen in een eventuele oproep aan de Commissie om effectieve
en proportionele maatregelen te nemen om zo IJsland en de Faeröer te
bewegen tot een akkoord te komen.
High Level Conference on the future of the Common Fisheries
Policy
(Informatie van de Nederlandse delegatie)
Ik zal aandacht vragen voor het verslag van de High Level Conference on
the future of the Common Fisheries Policy, door Nederland georganiseerd
van 9 tot en met 11 maart in Noordwijk. Ik heb uw Kamer eerder geïnfor-
meerd over de uitkomsten van deze conferentie1. Ik zal in de Raad
benadrukken dat alle deelnemers aan de conferentie het eens waren over
de noodzaak tot hervorming van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid
(status quo is geen optie), waarbij een besluitvormingsprocedure met
meer decentrale elementen moet worden nagestreefd, overheidsfondsen
ten goede moeten komen van innovatie en verduurzaming en de EU een
taak heeft in het informeren van consumenten over duurzaamheid, mede
om meer marktwerking te stimuleren.
Ik zal verder opnieuw aandacht vragen voor het duurzaam beheer van
visbestanden – middels minder schadelijke visserijtechnieken en een
einde aan het overboord zetten van ongewenste vangsten – en voor het
belang van meer verantwoordelijkheid voor de visserijsector.
Duurzaamheid en economische rentabiliteit zijn wat mij betreft onlosma-
kelijk met elkaar verbonden.
1
Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011,
32 201, nr. 12.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 21 501-32, nr. 500 3
Overig
Onderhandelingsmandaat voor een visserijprotocol tussen EU en
Gabon
(A-punt)
De Raad zal als A-punt, dus zonder discussie, het onderhandelings-
mandaat voor de Commissie inzake de vernieuwing van het visserijpro-
tocol met Gabon vaststellen. Op basis van het lopende protocol krijgen
tonijnvissers toegang tot de Exclusieve Economische Zone van Gabon. Dit
protocol loopt af op 2 december 2011. Het mandaat voor de onderhande-
lingen over een nieuw protocol heeft mijn steun; het voldoet aan de eisen
die ik stel aan het externe visserijbeleid van de EU. Het schrijft onder meer
voor dat een nieuw protocol een mensenrechtenclausule dient te bevatten
en het geeft de opdracht aan de Commissie om bij de onderhandelingen
rekening te houden met wetenschappelijke adviezen en aan te dringen op
implementatie van een duurzaam visserijbeleid dat bijdraagt aan de
ontwikkeling van het partnerland.
Verlenging van het visserijprotocol tussen de EU en Marokko
De Commissie heeft de lidstaten verzocht om instemming met een
verlenging van het visserijprotocol (met één jaar) tussen de EU en
Marokko. De Commissie heeft onlangs een akkoord daarover bereikt met
Marokko. Omdat het uitonderhandelde protocol aansluit bij het onderhan-
delingsmandaat dat de Raad in februari jl. verstrekte aan de Commissie,
ben ik voornemens in te stemmen met het protocol, zoals ik dat eerder
ook deed met het onderhandelingsmandaat. Op dit moment ligt het
protocol in het Coreper voor aan de lidstaten. In geval van snelle
overeenstemming zal het als A-punt geagendeerd worden voor de Raad
van 28 juni a.s.
Op basis van eerdere aan uw Kamer gemelde overwegingen, zoals ik uw
Kamer eerder heb gemeld1, steun ik het onderhandelingsmandaat waarbij
alle belangen zijn afgewogen, ook die van de Westelijke Sahara. Niet
instemmen met het voorgestelde mandaat zou betekenen dat er geen
overeenkomst gesloten zou worden, en daar heeft niemand belang bij,
ook de lokale bevolking niet. Zonder partnerschap zijn er immers ook
geen middelen beschikbaar ten gunste van die groep. In het onderhande-
lingsmandaat is mede op aandringen van Nederland opgenomen dat
Marokko tussentijds dient te rapporteren over de mate waarin de
beschikbaar gestelde EU-fondsen ten goede komen aan de verschillende
regionale bevolkingsgroepen. De visserijactiviteiten mogen lopende de
verlengde overeenkomst niet toenemen.
Dit jaar moet benut worden om met Marokko afspraken te maken over
een nieuwe, verbeterde meerjarenovereenkomst, waarin goede afspraken
gemaakt worden, ook voor de lokale bevolking.
Ik zet me daarvoor in langs de lijn van de Nederlandse visie op het nieuwe
Gemeenschappelijk Visserijbeleid en in lijn met de motie Polderman/
Irrgang (TK 21 501-32, 392).
De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,
H. Bleker
1
Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011,
21 501-32, nr. 440.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 21 501-32, nr. 500 4
