Tekst
Tweede Kamer der Staten-Generaal
2
Vergaderjaar 2009–2010
32 009 Instellen baten-lastendienst «Agentschap
Uitvoering»
Nr. 2 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 9 oktober 2009
De vaste commissie voor Economische Zaken1 heeft een aantal vragen
voorgelegd aan de minister van Economische Zaken over de brief van
1 juli 2009 inzake over voornemen definitieve status baten-lastendienst
Agentschap Uitvoering (Kamerstuk 32 009, nr. 1).
De minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 9 oktober 2009.
Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De voorzitter van de commissie,
Timmer
De griffier van de commissie,
Franke
1
Samenstelling:
Leden: Van der Vlies (SGP), Schreijer-Pierik
(CDA), Vendrik (GL), Ten Hoopen (CDA), Spies
(CDA), Van der Ham (D66), Van Velzen (SP),
Aptroot (VVD), Smeets (PvdA), Samsom
(PvdA), Timmer (PvdA), voorzitter, Irrgang
(SP), Jansen (SP), Biskop (CDA), ondervoor-
zitter, Ortega-Martijn (CU), Blanksma-van den
Heuvel (CDA), Van der Burg (VVD), Graus
(PVV), Zijlstra (VVD), Besselink (PvdA), Gest-
huizen (SP), Ouwehand (PvdD), Vos (PvdA), De
Rouwe (CDA) en Elias (VVD).
Plv. leden: Van der Staaij (SGP), Van Dijk
(CDA), Sap (GL), Van Vroonhoven-Kok (CDA),
Aasted Madsen-van Stiphout (CDA), Koser ¸
Kaya (D66), Ulenbelt (SP), Blok (VVD), Boel-
houwer (PvdA), Kalma (PvdA), Kraneveldt-van
der Veen (PvdA), Karabulut (SP), Luijben (SP),
De Nerée tot Babberich (CDA), Wiegman-van
Meppelen Scheppink (CU), Atsma (CDA),
Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Bosma
(PVV), Meeuwis (VVD), Van Dam (PvdA),
Gerkens (SP), Thieme (PvdD), Heerts (PvdA),
Algra (CDA) en Weekers (VVD).
KST135910
0910tkkst32009-2
ISSN 0921 - 7371
Sdu Uitgevers
’s-Gravenhage 2009 Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 32 009, nr. 2 1
1
Wat zijn de eenmalige kosten en baten van de integratie van de agent-
schappen en wat zijn de structurele kosten en baten van de integratie ten
opzicht van de huidige situatie?
Voor het realiseren van de samenvoeging worden tijdelijk 6 fte ingezet,
die na de fusie in 2010 weer komen te vervallen (€ 0,6 mln). De eenmalige
kosten voor het gelijkschakelen van werkwijzen en processen en de
bedrijfsvoeringsondersteunende systemen bedragen circa € 3 mln. Daar-
naast brengt de samenvoeging inspanningen op ICT-gebied met zich mee,
die in lijn moeten worden gezien met rijksbrede ontwikkelingen rond
werkplekken en e-dienstverlening. De geraamde eenmalige kosten hier-
voor bedragen circa € 4,8 mln. Er is hierbij geen sprake van structurele
meerkosten vanwege de samenvoeging van de agentschappen.
Door het Agentschap Uitvoering moet, conform de taakstellings-
doelstellingen die gelden voor Uitvoeringsorganisaties binnen de Rijks-
overheid, een taakstelling van 10% worden gerealiseerd. De samenvoe-
ging leidt tot doelmatigheidsverbetering, waardoor deze taakstelling te
realiseren is zonder dat er knelpunten in de dienstverlening ontstaan.
Bij de structurele baten gaat het in de eerste plaats om kwaliteitswinst
voor de doelgroepen (bedrijven, andere overheden en kennisinstellingen),
maar ook voor de opdrachtgevers aan de beleidskant. De nieuwe organi-
satie zal door de gebundelde dienstverlening klanten beter en effectiever
kunnen helpen. Tevens maakt dit een verdere professionaliseringsslag
mogelijk ten aanzien van het inbrengen van uitvoeringsexpertise in de
beleidsontwikkeling.
De meerjarenraming van de lasten van het Agentschap Uitvoering laten
daardoor een substantiële dalende trend zien. In de EZ-begroting 2010
worden deze geraamd op € 257,6 mln voor 2010, € 250,7 mln voor 2011
en € 236,8 mln voor 2012 e.v.
2
Zijn er ook alternatieven onderzocht, bijvoorbeeld één front office, zonder
echte integratie van de agentschappen?
Vanwege de gerelateerde thema’s en doelgroepen zal de dienstverlening
in bredere zin dan alleen een frontoffice baat hebben bij het samen-
brengen van de drie agentschappen in één nieuwe organisatie. Achter de
frontoffice zal de nieuwe organisatie de dienstverlening verder kunnen
optimaliseren door een integrale structuur voor klantcontacten, door
expertise zodanig te bundelen dat vragen gerichter en beter beantwoord
kunnen worden. Doordat in het Agentschap Uitvoering ook de bedrijfs-
voering gebundeld wordt, zal ook door de integrale ondersteunende infra-
structuur de dienstverlening aan de klanten verder verbeteren.
3
Kunt u ingaan op eventuele niet-financiële risico’s die de integratie met
zich mee kan brengen, bijvoorbeeld op organisatorisch of cultureel vlak?
Het integratieproces wordt zorgvuldig met alle betrokkenen vormgegeven,
zodat de continuïteit van de werkprocessen ongehinderd voortgang kan
vinden. De agentschappen vertonen qua organisatie en werkwijzen al
belangrijke overeenkomsten. Deze vormen een goede basis voor het
nieuwe agentschap.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 32 009, nr. 2 2
4
Met welk percentage zal de externe inhuur bij uw departement in 2010 en
2011 dalen, gelet op de verwachte efficiëntievoordelen van het nieuwe
Agentschap?
Het Agentschap Uitvoering maakt, naast de vaste ambtelijke bezetting,
gebruik van in tijd, samenstelling en omvang wisselende inzet van externe
inhuur (de «flexibele schil»). Op deze wijze kan het aantal medewerkers en
de benodigde kennis en expertise snel en flexibel aan worden gepast aan
veranderingen in de omvang en samenstelling van de opdrachtenporte-
feuille. De te hanteren verhouding ambtenaren – externe inhuur wordt
jaarlijks vastgesteld in het overleg tussen de departementsleiding en het
agentschap, als onderdeel van de tariefvaststelling. Zoals aangegeven in
de EZ-begroting 2010 zal naar verwachting per eind 2011 van ongeveer
200 van de ruim 500 extern ingehuurde medewerkers de overeenkomst
worden beëindigd.
5
Welke efficiëntievoordelen in absolute getallen levert de oprichting van
het Agentschap Uitvoering op in 2010, 2011 en in 2012, afgezet tegen de
kosten van de bestaande drie agentschappen tezamen in 2009?
Zie het antwoord op vraag 1.
6
Welke concrete kwalitatieve voordelen biedt bedoelde oprichting van het
Agentschap?
Het Agentschap Uitvoering bundelt de uitvoeringsexpertise op de
domeinen internationaal, innovatie, octrooien, milieu en energie en richt
zich daarbij primair op het bedrijfsleven, (kennis)instellingen en over-
heden. De samenvoeging maakt een versterking van de klantgerichte
benadering mogelijk, onder meer door een gezamenlijke communicatie-
strategie op doorsnijdende thema’s, een geïntegreerde structuur voor
klantcontacten en verdere vernieuwing van de uitvoeringspraktijk met het
oog op dienstverlening aan de klant.
7
Indien op enig moment besloten zou worden tot drastische personele
inkrimping van SenterNovem, staat de nieuwe organisatievorm een zoda-
nige krimp dan niet in de weg?
Nee, de organisatievorm is daar geen beletsel voor. De omvang van het
agentschap volgt het opdrachtenpakket en is als zodanig opdracht-
gestuurd.
8
Hoeveel loketten heeft de rijksoverheid waarvan ondernemers gebruik van
maken?
Zie het antwoord op vraag 10.
9
Hebt u overwogen om Dienst Regelingen ook in de voorgenomen samen-
voeging op te nemen? Zo ja, wat heeft u doen besluiten om hier vanaf te
zien? Zo nee, waarom niet?
De overwegingen rond deze samenvoeging betroffen agentschappen
binnen het ministerie van Economische Zaken die qua doelgroepen en
werkzaamheden het dichtbij elkaar liggen.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 32 009, nr. 2 3
Daarnaast zijn in het kader van de Vernieuwing Rijksdienst met de Dienst
Regelingen en het Agentschap SZW mogelijkheden tot onderlinge samen-
werking tussen de agentschappen verkend. Dit samenwerkingsverband
wordt binnenkort uitgebreid met het Centrum tot Bevordering van Invoer
uit Ontwikkelingslanden en het Centraal Informatiepunt beroepen Gezond-
heidszorg.
10
Hebt u overwogen om alle loketten samen te voegen waarnaar wordt
verwezen op de website antwoordvoorbedrijven.nl? Zo ja, wat heeft u
doen besluiten om hier vanaf te zien? Zo nee, waarom niet?
Antwoord voor bedrijven is een eerstelijns dienstverlening voor onderne-
mers. De website ontsluit overheidsinformatie over vergunningen,
vereisten en subsidies voor ondernemers in algemene zin, en er kan
worden doorgeklikt naar websites met meer detailinformatie. Ook via
telefoon, e-mail en chat kunnen ondernemers vragen stellen. De voor-
lichters van Antwoord voor Bedrijven hebben een brede algemene kennis
en zullen voor specifieke informatie doorverwijzen naar een specifieker
loket. Het gaat dan bijvoorbeeld om de RDW, de BelastingTelefoon,
Publieksinformatie van SZW, de Kamer van Koophandel, andere departe-
menten, gemeenten, waterschappen en provincies.
Het samenvoegen van al deze loketten is niet aan de orde, omdat deze
loketten ongelijksoortig zijn. Zo zijn de loketten bijvoorbeeld niet alleen op
ondernemers gericht of hebben ze een breder domein dan overheidsin-
formatie. Met het samenvoegen van de drie genoemde organisaties in
één Agentschap Uitvoering worden de specifieke loketten voor onderne-
mers rond de thema’s internationaal, innovatie en energie, milieu en
octrooien samengebracht en direct gekoppeld aan Antwoord voor
Bedrijven, dat haar dienstverlening eveneens vanuit het Agentschap
Uitvoering zal verrichten. De relatie en het doorverwijzen voor ondersteu-
ning naar Stichting Syntens zal tevens intensiveren.
11
Welke thematische herschikking vond er in 2004 plaats tussen
SenterNovem en de EVD?
De uitvoering van diverse financiële instrumenten, zoals het Programma
samenwerking opkomende markten, gericht op internationaal onder-
nemen en samenwerken, zijn in 2004 overgedragen van het toenmalige
Senter aan de EVD.
12
Kunt u de «aanvangsdoorlichting» van de minister van Financiën ter
beschikking stellen van de Kamer? Indien nee, waarom niet?
De agentschappen bestaan elk al enige jaren en presteren conform de
door het ministerie van Financiën vastgestelde instellingsvoorwaarden.
Daarmee was de vraag of het Agentschap Uitvoering in potentie kan
voldoen aan de instellingsvoorwaarden in belangrijke mate al positief
beantwoord. Hier heeft het Ministerie van Financiën rekening mee
gehouden en heeft geen aanvangsdoorlichting uitgevoerd maar heeft in
haar groenlicht-meting geconcludeerd dat Agentschap Uitvoering daad-
werkelijk voldoet aan de vereiste instellingsvoorwaarden.
13
Kunt u aangeven welke doelmatigheidsprikkels zijn ingebouwd in het
resultaatgerichte sturingsmodel?
Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 32 009, nr. 2 4
Voor de sturing wordt gebruik gemaakt van een set van doelmatigheidsin-
dicatoren zoals ook opgenomen in de begroting 2010. Deze set betreft
zowel kwantitatieve input- en outputindicatoren als kwaliteitsindicatoren.
Hierbij gaat het onder meer om de ontwikkeling van de verhouding
directe en indirecte uren, de mate van declarabiliteit, de doorlooptijden
van de primaire processen, ziekteverzuim, klanttevredenheidsmetingen.
De agentschappen werken al enkele jaren met deze indicatoren, die zijn
afgestemd met het ministerie van Financiën. Het Agentschap Uitvoering
zal deze doelmatigheidsindiscatoren blijven hanteren.
14
Op welke onafhankelijke onderzoeken is de stelling gebaseerd dat de drie
samen te voegen organisaties nu al goed presteren? Geldt dit ook voor
SenterNovem?
De normstelling van het ministerie van Financiën is leidend voor de werk-
wijze van agentschappen. Daarnaast zijn de prestaties op het gebied van
de bedrijfsvoering in 2007 in opdracht van het ministerie van Financiën
onderzocht in een door bureau Berenschot uitgevoerde benchmark,
waarin 21 baten-lastendiensten met elkaar zijn vergeleken. In dit rapport is
geconcludeerd dat de overhead van SenterNovem (11%) en de EVD (14%)
afgezet tegen de gemiddelde interdepartementale overhead (22%) zeer
laag is. OCNL scoort met 18% eveneens goed. De prestaties op het gebied
van dienstverlening aan de klant worden jaarlijks door de baten-lastendien-
sten gemeten via klanttevredenheidsonderzoeken, de uitkomsten van
hiervan in 2008 waren voor SN; 7,4, voor de EVD; 7 en OCNL; 7,7.
15
Tot welke kostenbesparing leidt de samenvoeging? Is de daling van de
lasten voor de drie te fuseren organisaties, op basis van de begrotingen
voor 2009 en 2010 met ongeveer acht procent, het gevolg van de samen-
voeging? Indien ja, waar wordt deze daling van de lasten dan door veroor-
zaakt? Indien nee, is er dan wel sprake van een doelmatigheidsverbetering
door de samenvoeging?
Zie het antwoord op vraag 1.
16
Welke doelmatigheidsverbetering streeft u na? Wanneer bent u van
mening dat het Agentschap tot doelmatigheidsverbetering heeft geleid?
Op welke wijze gaat u dit monitoren? Hoe grijpt u in en welke maatregelen
staat u daarbij ter beschikking als blijkt dat het nieuwe Agentschap niet tot
de gewenste doelmatigheidsverbetering leidt? Kunt u, bij aanvang van het
Agentschap begin 2010, inzicht geven in de waarde van de doelmatig-
heidsindicatoren van de huidige organisaties, ofwel een nulmeting
verrichten, zodat de ontwikkeling van deze indicatoren in de toekomst kan
worden afgezet tegen de beginstand?
De afzonderlijke agentschapen streven continu naar doelmatigheidsverbe-
tering conform de doelstelling van de regeling baten-lastendiensten van
het ministerie van Financiën. De fusie richt zich vooral op de inhoudelijke
raakvlakken van het primaire proces en de relatie met de klant.
De meerwaarde van de samenvoeging is daarmee in belangrijke mate
kwalitatief van aard (zie ook beantwoording van de vragen 1, 6, 21). Het
Agentschap Uitvoering heeft tot doelmatigheidsverbetering geleid als met
name de scores op de doelmatigheidsindicator «klanttevredenheid» zich
positief ontwikkelen. De doelmatigheidsindicatoren worden gemonitord
via de interne aansturingsrelatie door de eigenaar en in de begrotings-
cyclus. De streefwaarden worden opgenomen in de begroting van het
ministerie van Economische Zaken en de uitkomsten in het jaarverslag
Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 32 009, nr. 2 5
van het ministerie van Economische Zaken. De klanttevredenheid wordt
eenmaal per twee jaar gemeten. De doelmatigheidsindicatoren van zowel
de huidige Agentschappen als van de nieuwe organisatie zijn opgenomen
in de begroting 2010 van het ministerie van Economische Zaken.
17
Hoeveel medewerkers (in fte’s) gaan er bij het nieuw op te richten Agent-
schap werken? Hoeveel medewerkers zijn er in de jaren 2010, 2011, 2012
en 2013 minder nodig door de doelmatigheidsverbetering? Wat is naar
verwachting het doelmatigheidsverlies doordat er na de fusie één grote
organisatie ontstaat, waarin meer coördinatie, bureaucratie en dergelijke
onvermijdelijk zijn? Is er bij de inschatting van de kosten en opbrengsten
van de fusie onderscheid te maken tussen de korte en lange termijn,
doordat de fusie op korte termijn incidentele kosten met zich meebrengt
en een deel van de voordelen pas op lange termijn ontstaat?
Voor 2010 wordt het gemiddelde aantal fte’s geraamd op 2282 (ambte-
naren en inhuur). Dit betekent een daling van 55 fte ten opzichte van 2009,
dit ondanks de uitvoering van de maatregelen in het kader van de krediet-
crisis.
De afzonderlijke agentschappen hebben hun bedrijfsvoering efficiënt
vormgegeven (zie het antwoord op vraag 14). Er wordt niet verondersteld
dat door de fusie van de drie organisaties grote efficiencywinst te boeken
is in de bedrijfsvoering van de nieuwe organisatie. Dat neemt niet weg dat
bij het inrichten van de ondersteunende functies binnen het Agentschap
Uitvoering door verdere stroomlijning aan kwaliteit en effectiviteit te
winnen is.
Voor het aantal fte in 2011, 2012 en 2013 is nog geen berekening voor-
handen. De belangrijkste factor voor het aantal fte’s van het Agentschap
Uitvoering is de ontwikkeling van de opdrachtenportefeuille. Het
opdrachtenpakket laat vanaf 2012 een daling zien.
Er wordt geen doelmatigheidsverlies verwacht als gevolg van de vorming
van het Agentschap Uitvoering. De organisatie blijft rond het primaire
proces feitelijk ongewijzigd. De gezamenlijke structuren voor vraag-
afhandeling en doorverwijzing voor doelgroepen worden hierop beter
aangesloten. Zie verder ook het antwoord op vraag 1.
18
Kunt u aangeven op welke wijze er doelmatigheidsverbeteringen gereali-
seerd kunnen worden in de taken van SenterNovem, de EVD en het
Octrooicentrum Nederland ten opzichte van het nieuwe agentschap
Uitvoering?
Zie het antwoord op de vragen 16 en 17.
19
Kunt u inzicht geven in de personele, huisvestingen financiële gevolgen
van de samenvoeging van de drie agentschappen?
Zie het antwoord op vraag 1 en 17 voor personele en financiële gevolgen.
De samenvoeging heeft als zodanig geen invloed op de huisvesting van
de onderdelen van het Agentschap Uitvoering. Wel zal in lijn met de
ontwikkelingen in de Rijksbrede huisvestingsstrategie worden bezien waar
in de huisvesting verdere synergie mogelijk is.
20
Op welke wijze zijn er doelmatigheidsprikkels ingebouwd in de vijf thema-
tische divisies?
Zie het antwoord op vraag 13.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 32 009, nr. 2 6
21
Hoe moet het «bundelen van dienstverlening rond de verschillende
domeinen» worden uitgelegd?
Zie het antwoord op de vragen 1, 6 en 16.
22
Hoe wordt het domein Octrooien in het Agentschap Uitvoering ingepast?
Het Octrooicentrum Nederland wordt één van de vijf divisies binnen het
Agentschap Uitvoering.
23
Wanneer spreekt u van een slagvaardige instelling?
Als de verschillende (subsidie)instrumenten en programma’s beter op
elkaar worden afgestemd en de verschillende doelgroepen, waaronder
ondernemers, beter bediend worden. Klanttevredenheidsmetingen
worden periodiek uitgevoerd door het Agentschap Uitvoering.
24
Wordt het Agentschap Uitvoering kleiner dan de drie afzonderlijke agent-
schappen (in termen van fte’s)?
Ja, zie het antwoord op de vragen 1 en 17.
25
Op welke wijze sluiten de vijf thematische divisies aan op de domeinen
van projecten die in aanmerking komen voor subsidies uit het FES?
(verkeer- en vervoersinfrastructuur, Technologie- en kennisinfrastructuur,
bevordering van verduurzaming van de energiehuishouding, waterbeheer
en ruimtelijke investeringen)?
Een groot aantal van de FES-projecten en -programma’s sluit aan op het
werkterrein van de directies innovatie, energie en klimaat en milieu en
leefomgeving. De activiteiten van het Agentschap Uitvoering zijn breder
dan de FES-bestedingen.
26
In welke mate sluiten de activiteiten van de drie afzonderlijke agent-
schappen op elkaar aan? Is hier een mogelijkheid voor inhoudelijke inte-
gratie?
De drie agentschappen hebben een gezamenlijke doelgroeporiëntatie, met
name als het gaat om het bedrijfsleven. De agentschappen hebben boven-
dien in veel gevallen te maken met dezelfde opdrachtgevende departe-
menten. De dienstverlening concentreert zich rond de categorieën infor-
matie, financiering, netwerken en uitvoering van wet- en regelgeving.
Daarnaast zijn er thema’s die meerdere divisies doorsnijden, zoals interna-
tionale en innovatieactiviteiten. Zowel richting opdrachtgevers, doel-
groepen, als in werkwijze zijn er derhalve mogelijkheden tot meer inhou-
delijke samenhang.
27
In hoeverre zijn de aanpassingen afgerond die nodig zijn om de aanslui-
ting tussen het administratiesysteem van SenterNovem (BAS-systeem) en
het administratiesysteem van het ministerie van Economische Zaken
(SAP-systeem), te verbeteren?
Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 32 009, nr. 2 7
De maatregelen voor het voorkomen van verschillen tussen de cijfers in
het BAS-systeem van SenterNovem en het SAP-systeem van EZ zijn afge-
rond. De automatische interface tussen beide systemen is aangepast, er is
een controledraaiboek opgesteld en controles worden periodiek uitge-
voerd.
28
Wanneer vindt de evaluatie plaats van alle bestaande systemen en proce-
dures van SenterNovem, EVD en het Octrooicentrum in het kader van het
nieuw te vormen Agentschap Uitvoering?
De drie agentschappen gebruiken voor hun financiële apparaat en
HRM-administratie dezelfde systemen (Exact en SAP). Deze voldoen en
zijn al deels gelijk ingericht en worden volledig geïntegreerd met ingang
van 1 januari 2010. Voor de administratie van de beleidsgelden wordt
gebruik gemaakt van het BAS-systeem van SenterNovem. De verbeter-
acties die op korte termijn nodig waren, zijn afgerond. Mogelijkheden tot
verdere verbetering worden bezien in 2010.
29
Wordt in de evaluatie onderzocht of, en hoe groot, de doelmatigheids-
verbetering zal zijn bij het invoeren van een nieuw systeem in vergelijking
met het handhaven van de huidige systemen?
Bij de integratie van de financiële systemen worden inderdaad doelmatig-
heidsverbeteringen nagestreefd, bijvoorbeeld ten aanzien van een geïnte-
greerde financiële administratie en managementrapportages.
30
Op welke wijze en wanneer wordt de Kamer geïnformeerd over de resul-
taten van de evaluatie?
De Kamer zal hierover worden geïnformeerd in de bedrijfsvoeringspara-
graaf van het EZ-jaarverslag 2010.
31
Worden de verslaggevingproblemen van SenterNovem niet verergerd
door de integratie?
Nee. De aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer zijn opgevolgd en
de fusie heeft hierop geen verdere invloed. Er vinden geen wijzigingen
plaats in de huidige verslaggeving. Voor de verslaggeving van de EVD
met betrekking tot beleidsgelden werd reeds gebruik gemaakt van het
systeem van SenterNovem. Voor het Octrooicentrum is geen sprake van
beleidsgelden.
32
Welk bedrag is gemoeid met de nog openstaande vorderingen bij
SenterNovem per 1 september 2009, nu u wel aangeeft dat door de Alge-
mene Rekenkamer noodzakelijk geachte verbeteringen op dit vlak zijn
opgepakt, zonder daarbij echter de concrete resultaten te vermelden?
De aanbeveling van de Algemene Rekenkamer over het opschonen van de
vorderingenadministratie betreft specifiek de nog openstaande vorde-
ringen op andere departementen uit de periode 2004–2007. Als een depar-
tement nog beleidsgelden aan SenterNovem moet betalen, ontstaat een
vordering voor EZ. Deze interdepartementale vorderingen worden
momenteel in overleg met de desbetreffende departementen afgerekend.
De huidige stand is circa € 6 mln. Het streven is dit voor het eind van het
jaar geheel weg te werken.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 32 009, nr. 2 8