Tekst
Tweede Kamer der Staten-Generaal
2
Vergaderjaar 2009–2010
21 501–33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie
Nr. 265 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 maart 2010
In vervolg op mijn brief van 12 oktober 2009 (Kamerstuk 21 501-33,
nr. 243) met gelijkluidend onderwerp en mijn toezegging bij het AO Trans-
portraad van 16 december 2009, bericht ik u verder over de ontwikke-
lingen op het gebied van wegvervoer door de Alpen.
Met deze rapportage over diverse aspecten van het Alpentransitio wegver-
voer wil ik u op hoogte houden van de inzet om de Nederlandse wegver-
voerbelangen te behartigen.
Medewerking van Buitenlandse Zaken
Mijn collega’s Verhagen en Timmermans van Buitenlandse Zaken hebben
eind vorig jaar naar aanleiding van mijn verzoek hun ondersteuning
toegezegd om de in de bovengenoemde brief geformuleerde Nederlandse
inzet ook aan te kaarten bij hun contacten met collega’s van de Alpen-
landen en in het Europese coördinatietraject hieraan aandacht te blijven
geven.
Zo heeft de staatssecretaris bij het bezoek van zijn Oostenrijkse collega
Kyrle aandacht gevraagd voor de problemen die het Nederlandse
beroepsverkeer ondervindt van het sectorale rijverbod.
In een eerdere fase heeft mijn Verkeersraad bij zowel de Secretaris gene-
raal als bij het Kabinet van het Zwitserse departement voor Milieu, Trans-
port, Energie en Communicatie (UVEK) mijn uitgangspunten en bezwaren
opnieuw onder de aandacht gebracht.
Ontwikkeling van het vervoer
Het vrachtverkeer op de Brenner-Autobahn in Oostenrijk, de A13, is vorig
jaar met ruim 16 procent afgenomen tot 6200 vrachtauto’s gemiddeld per
werkdag. Dat heeft Verkehrsclub Österreich (VCÖ), de Oostenrijkse ANWB,
berekend.
Uit van UVEK blijkt dat het wegvervoer door de Alpen in het eerste half-
jaar 2008 nog een groei van 4,1% liet zien en een krimp van minus 2,2% in
KST141494
0910tkkst21501-33-265
ISSN 0921 - 7371
Sdu Uitgevers
’s-Gravenhage 2010 Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 21 501–33, nr. 265 1
het 2e halfjaar. Voor 2009 is een verdere daling van het goederenvervoer
over de weg voorzien.
«Züricher Prozess» in de context van de Alpenconventie
Bij de invoering van de Zwitserse LSVA (Leistungsabhängige Schwerver-
kehrabgabe) als onderdeel van de investeringsbeslissingen voor de bouw
van de NEAT (St Gotthard en Lötschberg basistunnels) is de wettelijke
doelstelling gesteld het transit wegvervoer door Zwitserland te beperken
tot 650 000 ritten per jaar. Daarmee invulling gevend aan het volksrefe-
rendum. Verondersteld wordt dat met een goed (door de LSVA gesubsidi-
eerd) spooralternatief geen belemmering ontstaat voor de communau-
taire intrahandel. De met de EU gesloten verdragen bieden echter geen
basis voor een dergelijke beperking. De Zwitserse regering heeft daarom
al in 2003 het idee van een Alpentransitbörse gelanceerd die met gebruik
van het vraag en aanbod marktmechanisme de beschikbare wegcapaciteit
moet gaan verdelen. De regering stelt keer op keer dat van een «Allein-
gang» geen sprake zal zijn, er moet overeenstemming met de Europese
Unie zijn. Pas na de realisering van de NEAT (2017/18) zou het systeem
ingevoerd kunnen worden.
De Verkeersministers van de Alpenlanden hebben zich in het «Züricher
Prozess» in de context van de Alpenconventie tot doel gesteld voor 2011
diepgaand de verschillende mogelijkheden voor regulering van de Alpen-
transit te analyseren.
Onderzocht wordt of sturingsinstrumenten zoals een Alpentransitbörse,
een gedifferentieerde kilometerheffing en een emissiehandel met elkaar
gecombineerd kunnen worden teneinde milieu en veiligheidsdoelstel-
lingen te bereiken.
Het lijkt dat de Oostenrijkse ministerie (BMVIT) zelf weinig heil ziet in het
Alpentransit idee nu deze niet beantwoorden aan het Oostenrijkse beleid,
maar het ontkomt er in de bredere politieke context en het eigen transit
ontmoedigingsbeleid niet aan om mee te werken aan de verdere analyse
van de mogelijkheden.
Gemengde commissie EU-Zwitserland van 12-12-2009
In het kader van het EU akkoord met Zwitserland op transportgebied,
wordt twee maal per jaar overleg gevoerd. Voor de bijeenkomst van
12 december jl. heeft Nederland, mede op verzoek van TLN, de Europese
Commissie verzocht steun te verlenen aan een voorstel van ASTAG (Zwit-
serse wegvervoerorganisatie) om de afschrijvingstermijnen van de vracht-
wagen Euroklasse in relatie tot de LSVA heffing op te rekken.
Besloten is dat Euro 4-vrachtauto’s niet eerder dan in 2013 worden inge-
deeld in de middenklasse van het LSVA-systeem. Op grond daarvan zullen
EURO4-vrachtauto’s voor dat jaar niet meer tol moeten gaan betalen. Euro
5-materieel geldt nog tot 2016 tot de schoonste categorie en blijft tot dat
jaar de laagste tol betalen.
Enquête sectoraal rijverbod Oostenrijk
Nederlandse wegvervoerders, waarvan bekend is dat zij regelmatig
vervoer hebben op Italië, zijn door hun belangenverenigingen gevraagd te
reageren op een enquête over de gevolgen van het sectoraal rijverbod. De
resultaten zijn door het vergunningverlenend orgaan NIWO uitgewerkt.
Uit de antwoorden van 28 respondenten zijn o.m. de volgende bevin-
dingen te melden.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 21 501–33, nr. 265 2
Gemiddeld aantal omgereden kilometers per rit (heen en terug) 156 km
Gemiddelde extra kosten per rit € 265,–
Gemiddelde beïnvloeding op de totale rentabiliteit per onderneming € 65 000,–
Hofzaak C-28/09
Zoals bekend hebben Italië en Nederland zich gevoegd aan de zijde van de
Europese Commissie. Oostenrijk heeft tot 1 maart 2010 uitstel gekregen
om te reageren op de memories van interventie.
Duitsland heeft zich ten tijde van de vorige CDU/SPD regering om poli-
tieke redenen niet gevoegd in deze tweede hofzaak, maar heeft wel het
onderzoek «Überprüfung der Begründung der Tiroler Landesregierung für
Verkehrsbeschränkungen auf der Inntalautobahn» dat bij de eerste
hofzaak C-320/03 ingebracht is, geactualiseerd en toegestuurd aan de
Europese Commissie.
Wanneer de Hofzaak daadwerkelijke behandeld zal worden is niet te voor-
spellen. Dit zijn doorgaans langdurige kwesties.
Overleg met de sector
In het reguliere overleg van Verkeer en Waterstaat met de vertegenwoor-
digers van de sector over het internationale wegvervoer staat Alpentran-
sito als vast punt op de agenda. Overheid en het bedrijfsleven zitten mede
dankzij dit overleg op dezelfde lijn voor de aanpak. Zo zijn bijvoorbeeld
het initiatief voor bovengenoemde enquête en de inzet voor de gemengde
commissie EU-Zwitserland hier ontstaan.
Mijn collega Verhagen van Buitenlandse Zaken en ik zullen blijven pleiten
voor bronbeleid, de ontwikkelingen op het gebied van Alpentransito
vervoer blijven volgen en optreden wanneer de Nederlandse belangen in
het vrije verkeer van goederen in het gedrang komen.
De minister van Verkeer en Waterstaat,
C. M. P. S. Eurlings
Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 21 501–33, nr. 265 3