Tekst
Inhoud
Aanbiedingsbrief
Inleiding
Deel I Voortgangsrapportage 2010
Algemeen lesbisch- en homo-emancipatiebeleid
1 Bespreekbaar maken van homoseksualiteit
2 Allianties bevorderen, landelijk en lokaal
3 Uit de kast kunnen komen en steunen van kwetsbare
groepen
4 Internationale dimensie versterken
5 Samenhangende aanpak
6 Beleid inzake transgender personen
Deel II
Stand van zaken
1 Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
2 Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties:
Openbaar Ministerie en Politie
3 Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
4 Justitie
5 Volksgezondheid, Welzijn en Sport
6 Jeugd en Gezin
7 Wonen, Wijken in Integratie
8 Sociale Zaken en Werkgelegenheid
9 Economische Zaken
10 Defensie
11 Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking
2
Inleiding
Voor het lesbisch- en homo-emancipatiebeleid 2008-2011 is het bevorderen van de sociale
acceptatie van homoseksualiteit1 hoofddoel. Aan dat doel verbond het kabinet Balkenende-
IV twee ambities, ‘de houding van de bevolking is aan het eind van deze periode verbeterd’
en ‘het aantal actieve gemeenten op dit terrein is met minstens een kwart gestegen’.
Bij deze voortgangsrapportage aan de Kamer zijn ook de resultaten betrokken van de homo-
emancipatiemonitor: ‘Steeds gewoner, nooit gewoon.’ van het SCP van 25 juni 2010.
Houding bevolking in het algemeen beter
Uit die meting van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt die eerste streefdoelstelling
gehaald. De peiling wijst uit dat inmiddels nog ‘slechts’ 9% van de bevolking als
homonegatief te typeren is2. De volgende tabel toont dat de ‘positieve houding’ over
homoseksuelen onder de bevolking over het algemeen is verbeterd ten opzichte van 2006.
Tabel 1: Houding van de bevolking tegenover homoseksualiteit in een maat samengevat, bevolking 16 jaar en oudera
(in procenten)
helemaal positief helemaal
bron negatief neutraal
negatief positief
Culturele Veranderingen
3 12 33 40 12
2006
SCP Leefsituatie Index
2 7 27 46 19
2008
a) De gegevens van 2008 hebben betrekking op de groep 18 jaar en ouder. Analyses van de gegevens van 2006 met alleen die
leeftijdsgroep leiden tot dezelfde uitkomsten als de gegevens uit de tabel.
Bron: SCP (CV’06); SCP (SLI’08),
Het aandeel van de bevolking dat afwijzend staat tegenover homoseksualiteit was in 2008
duidelijk kleiner dan in 2006, voor het aantreden van het vierde kabinet Balkenende.
Evenals in de 2006 monitor, zijn leden van migrantengroepen sterk ondervertegenwoordigd
in de nieuwe monitor. Dus het percentage dat afwijzend is, is vermoedelijk wat hoger, aldus
het SCP3.
1
kabinetsbrief ‘Gewoon homo zijn’, 9 november 2007, inleiding, derde alinea
2
Cumulatieve score van ‘helemaal negatief’ (2%) en ‘negatief’ (7%)
3
SCP homo-emancipatiemonitor 2010: ‘Steeds gewoner, nooit gewoon; blz. 14.
3
De positieve ontwikkeling is ook zichtbaar in de publieke opinie over gelijke behandeling van
homoseksuelen inzake het burgerlijk huwelijk en de adoptie van kinderen.
Figuur 1: Aandeel van de bevolking van 21-64 jaar dat gelijke rechten afkeurt wat betreft erven, woonruimte,
adoptie en huwelijk, 1980-2008 (in procenten)
Bron: SCP homo-emancipatiemonitor 2010
Meer gemeenten doen aan homobeleid
Het kabinet wilde ook op lokaal niveau verbeteringen4. Uit de laatste meting van MOVISIE
blijkt ook die tweede ambitie gehaald5. De volgende tabel toont dat het aantal actieve
gemeenten6 met meer dan een kwart is verbeterd ten opzichte van 2006.
Tabel 2: Gemeenten met twee of meer beleidsmaatregelen op homo-emancipatiebeleid
2003 2006 2008
Aantal 31 42 123
Bron: Lesbisch- en homo-emancipatiebeleid in de Nederlandse gemeenten; Monitor Gemeentelijk Homo-emancipatiebeleid’, MOVISIE,
2003, 2006 en 2008.
De nieuwe – vierde - peiling onder Nederlandse gemeenten, van MOVISIE, verschijnt naar
verwachting eind 2010.
Conclusie is dat de twee ambities van het kabinet zijn behaald.
Verschillen en knelpunten
Het algemene beeld van de acceptatie is op basis van de uitkomsten van de SCP monitor
‘tamelijk positief’, maar er zijn in sommige groepen en ten aanzien van bepaalde kwesties
toch knelpunten. Het motto ‘gewoon homo zijn’ is nog geen gemeengoed. Zeker voor
homojongeren is een gebrek aan acceptatie ‘reden tot zorg’, aldus het SCP-rapport. Ronduit
‘zorgwekkend’ is ook de bevinding dat de helft van de homojongeren wel eens serieuze
suïcidegedachten heeft7. Dat is aanzienlijk meer dan onder heterojongeren. Discriminatie en
antihomoseksueel geweld, uitval en verzuim op werk en school als gevolg van uitsluiting zijn
4
Gewoon homo zijn; inleiding, zesde alinea
5
Lesbisch en homo-emancipatiebeleid in Nederlandse gemeenten 2008, MOVISIE, maart 2009
6
Gewoon homo zijn; hoofdstuk 3.3: Stimuleren van maatschappelijke allianties, landelijk en lokaal
7
SCP monitor: hoofdstuk 19.6
4
niet alleen schadelijk voor de betrokkenen maar brengen ook maatschappelijke kosten met
zich mee.
De algemene steun voor gelijke rechten is de afgelopen periode verder toegenomen.
Tegelijkertijd bestaat vooral onder jongeren, orthodox godsdienstige Nederlanders,
laagopgeleiden en onder vooral Turkse- en Marokkaanse Nederlanders relatief veel
weerstand8. Verschillende lokale monitorgegevens en de SCP-monitor bevestigen dit beeld.
Nog steeds is sprake van een ‘dubbel beeld’9.
Dit neemt niet weg dat er ook verbeteringen zichtbaar zijn. Zoals bijvoorbeeld de openheid
van vooraanstaande personen in de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap bij het
bespreekbaar maken van dit lastige thema in eigen kring10 en de openheid in delen van de
gereformeerde geloofsgemeenschap11.
In de homo-emancipatiemonitor 2010 is ook voor het eerst gevraagd naar de ervaringen van
homoseksuelen zélf. In 2009 is een van de tien homo- en biseksuele mannen in een periode
van zes maanden een of meerdere keren uitgescholden, geïntimideerd of gepest op school
of op de werkvloer vanwege de seksuele voorkeur. Bij lesbische en biseksuele vrouwen is dit
cijfer volgens het SCP nog ongunstiger: vier van de tien.
Het beeld van onveiligheid, incidenten, aanhoudende meldingen van antihomoseksueel
geweld, intimidatie en discriminatie is onveranderd gebleven.
Tabel 3: Meldingen van homodiscriminatie 2004 – 2009
2004 2005 2006 2007 2008 2009
Totaal meldingen bureaus 149 158 176 257 236 336
Percentage van totaal 3,6 3,6 4,1 6,1 4,9 5,7%
Totaal meldingen internet -- 45 93 79 87 132
Percentage van totaal -- 3,1 4,7 5,3 5,3 11,7%
Bron: jaarverslagen Anti discriminatiebureaus & jaarverslagen Meldpunt Discriminatie Internet
Beter inzicht
Dankzij verschillende monitors12 en onderzoek13 is het inzicht op gebieden zoals onderwijs,
jeugd en veiligheid verbeterd. Niet alleen op landelijk niveau, maar ook op het lokale niveau
wordt het zicht op de sociale acceptatie en veiligheid van homoseksuelen beter. Door
aandacht te besteden aan homo-emancipatie in de eigen lokale veiligheids-, jeugd-,
integratie- of welzijnsmonitor hebben steden zoals bijvoorbeeld Rotterdam, Utrecht en
Nijmegen een beter zicht gekregen.
8
Om de houding van niet-westerse migranten ten aanzien van homoseksualiteit in beeld te brengen, zijn door het SCP in
2004/2005 aan Turkse-, Marokkaanse-, Surinaamse- en Antilliaanse Nederlanders en een vergelijkingsgroep van autochtonen
uit de vijftig grootste gemeenten drie stellingen voorgelegd. Meer recente gegevens over deze vier grote groepen zijn niet
beschikbaar.
9
Gewoon homo zijn; hoofdstuk 1.2: De idylle is verstoord
10
Publiek optreden van lokale bestuurders zoals Ahmed Marcouch, Fatima Elatik en Ahmed Aboutaleb.
11
Zoals: Gereformeerde homo zoekt zielenheil op internetforum (NRC-Handelsblad, 25 maart 2010); Doop kind lesbische
ouders in Nederlands Gereformeerde Kerk (Nederlands Dagblad, 20 april 2010)
12
‘Gewoon doen’ SCP-monitor 2006, de tweede en derde monitor lokaal homo-emancipatiebeleid; MOVISIE, resp 2007 en
2009.
13
‘Weerbaar en divers’; een onderzoek van de Onderwijsinspectie naar seksuele diversiteit en seksuele weerbaarheid in het
onderwijs; en het ‘Anders zijn is van iedereen’ verslag van gesprekken met schoolgaande jeugd over hetero- en
homoseksualiteit; kamerstuk 27.017, nr. 50, d.d. 5 mei 2009, vergaderjaar 2008-2009. Kabinetsreactie op het rapport ‘Geweld
tegen homoseksuele mannen en lesbische vrouwen; een literatuuronderzoek naar praktijk en bestrijding’; kamerstuk 27.017, nr.
58, d.d. 8 december 2009.
5
Een groeiend aantal maatschappelijke organisaties, bedrijven, instellingen en gemeenten
werkt samen met organisaties en netwerken van lesbische vrouwen, homoseksuele mannen,
biseksuele en transgender (hierna te noemen: LHBT) personen. Met de aanduiding LHBT-
personen wordt aangesloten bij de internationaal gangbare term14: LGBT - lesbian women,
gay men, bisexual men and women and transgender people.
Nederland in de wereldtop
De afgelopen periode heeft het kabinet het belang van homo-emancipatie ook zelf actief en
zichtbaar uitgedragen. Niet alleen in eigen land maar ook in het buitenland.
Internationaal gezien is er aandacht voor de Nederlandse aanpak.
De meest algemene stelling die vaak in internationaal vergelijkend opinieonderzoek aan de
bevolking wordt voorgelegd is: ‘homoseksuele mannen en lesbische vrouwen moeten vrij zijn
om hun leven te leiden zoals zij dat willen’. In Nederland en de ons omringende westerse
landen is het aandeel dat het daar niet mee eens is maar klein. 91% van de Nederlanders
stemt in met die stelling, 89% van de Denen en 87% van de Zweden. Van de Zuid-Europese
landen staat de Spaanse bevolking het meest positief tegenover homoseksualiteit. Het zijn
vooral Rusland, de Oost-Europese landen en Turkije waar grote delen van de bevolking niet
vinden dat homoseksuele mannen en vrouwen hun leven moeten kunnen leiden zoals zij dat
willen. In Turkije bijvoorbeeld gaat het om 34%15.
Figuur 2: stelling: ‘Homoseksuele mannen en lesbische vrouwen moeten vrij zijn om hun leven te leiden zoals zij dat willen’,
mening van bevolking van 15 jaar en ouder, 2008 (percentage dat het daar (sterk) mee eens is).
Bron: SCP monitor 2010; ESS (ESS’08/’09 4e ronde)
14
Bijvoorbeeld: The Yogyakarta Principles; zie: www.yogyakartaprinciples.org; De Europese Commissie: ‘Good Practice
Exchange seminar on public policies for LGBT people’, 14 april 2010; Verenigde Naties - ECOSOC en VN CEDAW; De Raad
van Europa.
15
SCP homo-emancipatiemonitor 2010; Hoofdstuk 2.2.
6
Volgen van de ontwikkelingen in eigen land
In de eerste homo-emancipatiemonitor ‘Gewoon doen’, heeft het SCP aanbevelingen
gedaan om het meetinstrument waarmee de ontwikkeling in de samenleving gevolgd wordt
verder te verbeteren. OCW heeft SCP de opdracht gegeven die verbeteringen aan te
brengen. De eerste resultaten daarvan zijn nu zichtbaar in de homo-emancipatiemonitor:
‘Steeds gewoner, nooit gewoon’. Zo is voor het eerst gevraagd naar de ervaringen van
homoseksuele mannen en lesbische vrouwen zélf, en is in het onderzoek nu meer aandacht
voor reacties op homoseksuelen in de eigen naaste omgeving en op zichtbaarheid in het
openbaar. Ook zijn onderzoeken gebruikt om meer informatie over jongeren te verkrijgen.
Verder zijn homoseksuele jongens en lesbische meiden gevraagd naar hun beleving en
ervaringen. Daarnaast beschikken GGD-en nu over een standaard vraagstelling over sociale
acceptatie van homoseksuelen voor de landelijke en lokale jeugdgezondheidsmonitors. In
specifiek minderhedenonderzoek zijn nu vragen opgenomen over de acceptatie van
homoseksualiteit.
Samenwerken met betrokken organisaties16
In de afgelopen periode is een groot aantal landelijke organisaties, deskundigen en andere
sleutelfiguren geraadpleegd, van binnen en buiten de homobeweging, over de voortgang van
het beleid en hoe dat in de praktijk uitpakt. Zo zijn in het najaar van 2009 vertegenwoordigers
van lokale homo-organisaties uit Almere, Amersfoort, Amsterdam, Breda, Deventer,
Eindhoven, Haaglanden, Kennemerland, Leiden, Middelburg, Maastricht, Nijmegen,
Rotterdam en Tilburg geraadpleegd over de stand van zaken op het lokale niveau. In het
voorjaar van 2010 heeft de staatssecretaris van OCW met vertegenwoordigers gesproken17
van een groot aantal landelijke organisaties: de ouderenbond ANBO, Centrum voor School
en Veiligheid, CNV Onderwijs, Company Pride Platform, COC Nederland, Commissie Gelijke
Behandeling, ContrariO, Empowerment lifestyle services, Enjoy the work, FNV, Gay Krant
magazine, GGD Nederland, Homojongeren Platform, Stichting Homoseksualiteit en
Krijgsmacht, Homosport Nederland, IHLIA, Inspraakorgaan Chinezen (IOC), Inspraakorgaan
Turken (IOT), Stichting de Kringen, Landelijk Homonetwerk Politie, Landelijk Koördinatiepunt
Kerk en Homoseksualiteit (LKP), Landelijk Platform Openbaar Onderwijs (CBOO), Stichting
Malaica, MOVISIE, Stichting Nafar, Nationale Jeugdraad, Stichting Overlegorgaan
Caraïbische Nederlanders (OCAN), stichting OndersteBoven, Stichting RefoAnders, Rutgers
Nisso Groep, Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders (SMN), Schorer, Secret
Garden, Sociaal- en Cultureel Planbureau (SCP), Sportalliantie Gelijkspel, Transgender
Netwerk Nederland, Universiteit van Leiden, Vluchtelingen Organisaties Nederland (VON) en
Zij aan Zij.
16
PvdA-CDA-CU Coalitieakkoord; 7 februari 2007; Pijler sociale samenhang, blz. 30: ‘In samenspraak met betrokken
organisaties zal worden gewerkt aan gerichte maatregelen ter bestrijding van discriminatie van homo’s en geweld tegen homo’s,
zowel op straat als in de sport, het onderwijs, de (ouderen)zorg en bedrijven.’
17
Rondetafelbijeenkomst 13 april 2010, Den Haag; Zie hyperlink:
http://www.movisie.nl/124572/def/home/homoemancipatie/beleid/landelijk/
7
Deel I
Algemeen lesbisch- en homo-emancipatiebeleid
Het kabinet Balkenende-IV heeft ingezet op vijf doelen18: 1. bevorderen dat homoseksualiteit
bespreekbaar wordt gemaakt in verschillende bevolkingsgroepen; 2. aanpakken van geweld
en intimidatie tegen homoseksuelen; 3. stimuleren dat maatschappelijke allianties, landelijk
en lokaal, tot stand komen; 4. bijdragen aan een homovriendelijke omgeving op school, op
het werk, de ouderen(zorg) en in de sport; 5. vervullen van een actieve internationale en
Europese rol.
Dit hoofdstuk volgt de indeling van de beleidsbrief ‘Gewoon homo zijn’. De stand van zaken
rond de tweede doelstelling aanpakken van geweld en intimidatie tegen homoseksuelen is
opgenomen in het gezamenlijke hoofdstuk van Justitie en Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties. De voortgang inzake het vierde doel komt terug in de respectievelijke
hoofdstukken van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Sociale Zaken en Werkgelegenheid
en Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
In de kabinetsbrief ‘Gewoon homo zijn’ waren zestig maatregelen aangekondigd, voor de
periode 2008 tot en met 2011. Daarvan is nu meer dan 95% in praktijk gebracht.
De extra OCW middelen19 voor homo-emancipatie lopen in deze periode op tot jaarlijks 3
miljoen.
Figuur 3: verdeling budget homo-emancipatie OCW
verdeling budget homo-emancipatie OCW
16% 22%
1. Kennisinfrastructuur
5%
2. Bespreekbaar maken
3. Allianties
4. Internatonaal
24% 5. Communicatie en monitoring
33%
1 Bespreekbaar maken van homoseksualiteit
In een aantal groepen is de sociale acceptatie van homoseksualiteit laag: onder jongeren en
in levensbeschouwelijke en etnische kringen. Juist daar is het van belang om de
bespreekbaarheid van homoseksualiteit te vergroten. Daarbij is ingezet op samenwerking
tussen maatschappelijke organisaties en zelforganisaties. Dit gebeurt via grote landelijke
18
Gewoon homo zijn, hoofdstuk. 2.2 Vijf operationele doelen
19
OCW-beleidsbegroting 2010, artikel 25
8
projecten en campagnes zoals Open Up en De Dialoog en via steun aan
levensbeschouwelijke en etnische homogroepen.
Jongeren
De NJR (voorheen: Nationale Jeugdraad) heeft middelen gekregen voor het ontwikkelen van
activiteiten om de homo-acceptatie onder heterojongeren te bevorderen. Met hun ‘Open up’-
campagne stimuleert de NJR positieve beeldvorming rondom homoseksualiteit en seksuele
diversiteit. Jongeren wordt –op een niet belerende manier- verteld dat homoseksualiteit
gewoon is, dat het niet uitmaakt welke seksuele voorkeur de jongere zelf of iemand in zijn of
haar omgeving heeft. Vorig jaar heeft de NJR met zijn campagne deelgenomen aan diverse
jongerenfestivals (waaronder het Christelijk Flevoland festival en Roze Zaterdag in Den
Haag). Met deze festivals en evenementen zijn ruim 9000 jongeren bereikt. Middels de
scholentour, bestaande uit een theatervoorstelling en een nabespreking met de leerlingen,
wordt ook op de scholen aandacht besteed aan het bespreekbaar maken van
homoseksualiteit. Deze activiteiten worden ook in 2010 en 2011 voortgezet.
Homoseksuele jongeren
Door COC Nederland en de Stichting Vrienden van de Gay Krant (SVGK) zijn initiatieven
genomen om lesbische, homoseksuele, transgender en biseksuele jongeren tot en met 18
jaar een eigen (digitale) ontmoetingsplek te bieden. De web communities:’18min.eu’ en
‘jongenout.nl’ stellen minderjarige homojongeren in staat om contact met elkaar te leggen en
steun te vinden bij het uit de kast komen. Daarnaast ontmoeten deze communities van
homojongeren elkaar in de regio en bij landelijke, zogenaamde ‘meet-en-greet’,
bijeenkomsten. Bij 18.min.eu maken doen 800 jongeren mee, en bij jong & out zijn 1500
jongeren aangesloten.
Het ministerie van OCW heeft voor de opbouw van deze communities een eenmalige
bijdrage geleverd.
Levensbeschouwelijke kringen en etnische minderheden
Vooral orthodoxe stromingen binnen religies staan afwijzend tegenover homoseksualiteit,
deels vanwege geloof, deels vanwege cultuur. Het onderwerp is vaak taboe en homo’s uit
eigen kring blijven onzichtbaar. In de afgelopen periode blijkt die stilte en onzichtbaarheid
doorbroken. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een onderzoek van de Roosevelt Academy (2009)
naar de visie van orthodoxe christenen op homoseksualiteit. Een derde van de
ondervraagden is positiever gaan denken over homoseksualiteit, mede door de
kennismaking (persoonlijk of via media en voorgangers) met ‘eigen’ homogroepen als door
zelforganisaties als ContrariO en RefoAnders.
Naast de eigen homogroepen spelen ook sleutelfiguren uit levensbeschouwelijke en etnische
kring een belangrijke rol in het agenderen van het thema en het organiseren van dialogen en
debat. Zo hebben gereformeerde kerken op de internationale dag tegen homofobie in hun
preken zich uitgesproken tegen vervolging van homoseksuelen.
Het project De Dialoog, gestart in 2001, richt zich op het bespreekbaar maken van
homoseksualiteit in de grote levensbeschouwelijke stromingen in Nederland: christendom,
islam, hindoeïsme, jodendom en humanisme. Het project wordt uitgevoerd door COC,
Humanistisch Verbond en de stichting Malaika (voorheen stichting Yoesuf), in samenwerking
met andere organisaties zoals het Landelijke Koördinatiepunt Kerken en Homoseksualiteit
(LKP), stichting De Kringen en het landelijk expertisecentrum Artikel 1. Op grote en kleine
bijeenkomsten wordt het gesprek aangegaan met geestelijk leiders en gelovigen, waarbij
wederzijds respect centraal staat. Daarbij worden niet zozeer visies tegenover elkaar
gesteld, maar wordt vooral besproken hoe beter met elkaar om te gaan.
De afgelopen jaren zijn er vooral dialogen gevoerd in humanistische, christelijke en
islamitische kringen. Migrantenkerken en hindoeïstische gemeenschappen zijn ook meer in
beeld gekomen. Het bereik van het project zal verder worden verbreed en verdiept, waarbij
wordt gestimuleerd dat gemeenschappen zelf dialogen organiseren en na een training
9
uitvoeren. Over de methode is een handreiking ontwikkeld en verspreid. Ook wordt
aangehaakt bij de Nationale Dag van de Dialoog, zodat daarbij ook op zoveel mogelijk
plaatsen homoseksualiteit aan de orde komt. Zie www.dedialoog.nu.
Het project De Dialoog krijgt van OCW een meerjarige bijdrage.
Voor een effectieve dialoog is het belangrijk om de vaak nog kwetsbare homo-organisaties
met een levensbeschouwelijke en etnische achtergrond te ondersteunen. Zij hebben ieder
hun eigen visie, aanpak en bereik en kunnen de emancipatie en sociale acceptatie van
homoseksuelen van binnenuit bevorderen. OCW ondersteunt op projectbasis zes van deze
(landelijke) organisaties, meest met een christelijke achtergrond, van vrijzinnig tot orthodox.
Het gaat om bijdragen aan activiteiten van De Kringen, het LKP samen met CHJC en
ContrariO, RefoAnders en stichting Nafar. Laatstgenoemde organisatie is een
Noordafrikaanse/islamitische homogroep.
De bijdrage is bedoeld voor (huiskamer)bijeenkomsten voor de eigen (homoseksuele)
achterban, interne en externe communicatie (websites, folders, bladen), deelname aan
homo-evenementen (Roze Zaterdag, Gay Pride), maar ook aan bijeenkomsten voor
pastoraal werkers, deelname aan festivals (Kwakoe Festival, christelijke jongerenfestivals)
en voorlichting op christelijke scholen.
samenvattend
• Acceptatie van homoseksuelen wordt meer bespreekbaar in bepaalde
bevolkingsgroepen.
• Zelforganisaties van homoseksuelen met een levensbeschouwelijke achtergrond geven
voorlichting aan scholen van bijzonder onderwijs.
2 Allianties bevorderen, landelijk en lokaal
Om duidelijk en actief stelling te nemen tegen geweld, intimidatie en discriminatie van
homoseksuelen op straat, in de sport, in het onderwijs en de (ouderen)zorg en bedrijven20,
steunt de bewindspersoon voor homo-emancipatie landelijke samenwerkingsverbanden op
deze terreinen. In die allianties werkt een groot aantal maatschappelijke organisaties samen
met homo-organisaties voor een betere acceptatie van homoseksualiteit.
Gay & Straight Ouderenalliantie
Tabel 4: maatschappelijke organisaties, LHBT-organisaties en kennisinstellingen werken samen
Ouderenbond ANBO
Schorer
MOVISIE
COC Nederland
Sinds het initiatief van de Algemene ouderenbond ANBO en COC Nederland tot
samenwerking op landelijke en op lokaal niveau, is er meer aandacht gekomen voor een
beter begrip en het belang van sociale acceptatie van homoseksuele ouderen. Afgelopen
jaren heeft het project van ANBO, COC, MOVISIE en Schorer geleid tot de oprichting van
roze netwerken van ouderen in dertien steden. Verder wordt in het noorden en zuiden van
het land samengewerkt met lokale homo-organisaties. Met de benoeming van 21
ambassadeurs zet de alliantie zich in voor meer aandacht voor de positie van homoseksuele
ouderen in lokaal beleid.
Op landelijk niveau richt de Alliantie zich verder ook op samenwerking met andere
organisaties van ouderen en agendering van het onderwerp.
20
Coalitieakkoord CDA, PvdA en ChristenUnie, 7 februari 2007, blz. 30.
10
Gay & Straight Werkvloeralliantie
Tabel 5: maatschappelijke organisaties, LHBT-organisaties en kennisinstellingen werken samen
Company Pride Platform
Federatie Nederlandse Vakbeweging – FNV
Bedrijven zijn zich vaak niet bewust van het gebrek aan sociale acceptatie van
homoseksuelen op de werkplek en van de betekenis daarvan voor hun LHBT medewerkers
en op het functioneren van hun organisatie. De FNV vakcentrale en het roze
bedrijvennetwerk Company Pride Platform (CPP) zijn daarom een alliantie aangegaan om de
sociale acceptatie van homoseksualiteit op de werkvloer te verbeteren.
Het aantal roze bedrijfsnetwerken dat zich heeft aangesloten bij CPP is de afgelopen jaren
fors gegroeid naar twaalf grote bedrijven (www.companyprideplatform.com). Bij dit platform
zijn ook roze personeels netwerken van de overheid aangesloten, zoals stichting
Homoseksualiteit en Krijgsmacht en het roze personeelsnetwerk van het ministerie van
Justitie. De FNV is een eigen digitale meldlijn gestart voor LHBT-ers (www.fnvroze.nl).
De samenwerking richt zich vooral op: verbeteren van het klimaat op de werkvloer voor
LHBT-ers, stimuleren van roze personeelsnetwerken in bedrijven en ontwikkelen van een
digitaal kennisnetwerk. In de startfase van het project is veel aandacht besteed aan het
inkleuren van het probleem en van de ‘business case’. Onderzoek, zoals van het Verwey-
Jonkerinstituut, in opdracht van de Commissie Gelijke Behandeling (2009) laat zien dat een
derde van de LHBT-ers niet uit de kast komt op hun werk en dat een kwart tot een derde
regelmatig last heeft van vervelende bejegening, van pesten en uitsluiting tot misplaatste
nieuwsgierigheid en grapjes. Bedrijven en afdelingen met een ‘machocultuur’ scoren slechter
dan bedrijven waar veel vrouwen werken en waar de werksfeer een punt van aandacht is.
LHBT-ers die afwijken van het standaard beeld van hun sekse en van de cultuur in hun
bedrijf of afdeling lopen het meeste risico op pesten en uitsluiting. Lesbische vrouwen
hebben meer last van seksueel getinte intimidatie en roddel. Deze problemen blijven echter
voor een groot deel verborgen voor de omgeving – leiding en collega’s. Dat geldt ook voor
de kosten voor het bedrijf en voor de baten om de situatie te verbeteren. Dit onderzoek werd
gepresenteerd op de jaarlijkse internationale conferentie van het Company Pride Platform
tijdens Roze Zaterdag in 2009.
Door het project is de aandacht voor de positie van LHBT-ers op het werk toegenomen;
zowel de FNV als het CPP treden regelmatig in het nieuws op dit thema.
De alliantie zet ook in op het agenderen van het probleem en oplossingsrichtingen bij
werkgeversorganisaties en bij de Stichting van de Arbeid.
Gay & Straight Sportalliantie
Tabel 6: maatschappelijke organisaties, LHBT-organisaties en kennisinstellingen werken samen
NOC*NSF
Nederlandse Sport Alliantie - NSA
Homosport Nederland
John Blankenstein Foundation
COC Nederland
De ministeries van VWS en OCW steunen het initiatief van NOC*NSF, de Nederlandse Sport
Alliantie, stichting Homosport Nederland en de John Blankensteiin Foundation tot
samenwerking op het gebied van verdere bevordering van de acceptatie op het brede terrein
van de sport.
11
Zie verder het onderdeel Sport in deze rapportage21.
Gay & Straight Onderwijsalliantie
Tabel 7: maatschappelijke organisaties, LHBT-organisaties en kennisinstellingen werken samen
Algemene Onderwijsbond – AOb - FNV
CNV Onderwijs
CBOO - Landelijk Platform Openbaar Onderwijs
COC Nederland
MOVISIE
Empowerment Lifestyle Services
Het samenwerkingsverband van de Algemene onderwijsbond, CNV Onderwijs, CBOO
(Landelijk Openbaar Onderwijs) en Empowerment Lifestyle Services (ELS)) heeft in 2008 het
initiatief genomen om activiteiten op scholen te organiseren om de sociale acceptatie van
homoseksuelen in het onderwijs te verbeteren. Hierbij wordt de aandacht gericht op zowel
onderwijsondersteunende organisaties en grote schoolbesturen (waaronder gemeenten als
eindeverantwoordelijke voor het openbaar onderwijs) als ook op pabo’s en
lerarenopleidingen.
Het concrete doel is het verankeren van het bespreekbaar maken van homoseksualiteit
binnen het beleid van de (onderwijs)organisaties door middel van informatieverschaffing,
netwerkverbreding en deskundigheidsbevordering.
In de afgelopen jaren heeft de Alliantie veel tot stand gebracht. Zo hebben er gesprekken
met de onderwijswethouders plaatsgevonden. Er is een bijeenkomst georganiseerd voor
koplopergemeenten. De vakbonden hebben hun aandacht gericht op de eigen bonden voor
het verkrijgen van draagvlak voor het uitvoeren van plannen. Verder is de aandacht voor
homoseksualiteit opgenomen in het scholingsaanbod voor de medezeggenschapsraden.
In het voorjaar van 2009 is een benchmark met tien criteria voor homovriendelijke scholen
ontwikkeld en vervolgens is op basis van die gegevens een nulmeting onder directeuren van
scholen voor het voortgezet onderwijs uitgevoerd. Begin dit jaar is, in aanwezigheid van de
minister van OCW, overleg gevoerd met de VO-raad, directeuren van docentenopleidingen
en docenten uit de middelbare schoolpraktijk over hoe seksuele diversiteit bespreekbaar kan
worden gemaakt in de klas.
Zie verder het onderdeel Onderwijs in deze rapportage22.
Allianties op lokaal niveau
Niet alleen op het landelijk niveau, maar ook op lokaal niveau steunt de bewindspersoon
voor homo-emancipatie de samenwerking en extra aandacht van gemeenten voor homo-
emancipatiebeleid.
Lokale voorlichting
Bij de invulling van beleid op lokaal niveau tonen veel vrijwilligers, soms zelfs ook
beroepskrachten, van lokale homo-organisaties zich actief. Dit beeld werd nog eens
bevestigd tijdens rondetafelbijeenkomsten op het ministerie van OCW met
vertegenwoordigers van regionale en lokale homo-organisaties in het najaar van 2009. Bij
die actieve inzet is de continuïteit van het vrijwilligerswerk van deze organisaties erg
belangrijk maar tegelijk ook kwetsbaar. Voor het versterken van die (regionale) vrijwilligers
infrastructuur is subsidie beschikbaar gesteld aan de federatie COC Nederland.
Verschillende lokale homo-organisaties geven voorlichting op school. Om dit vrijwilligerswerk
in de regio verder te versterken worden vanaf 2010 lokale voorlichters getraind door COC
Nederland. Een groot aantal lokale en regionale zelforganisaties is actief. Verder wordt ook
21
Hoofdstuk 5, deel II van deze rapportage
22
Hoofdstuk 1 - OCW, deel II van deze rapportage
12
de samenwerking gezocht met regionale GGD-en. Bij voorlichting op orthodox christelijke
scholen wordt samengewerkt met deskundige vrijwilligers van ondermeer ContrariO, LKP en
CHJC. Voor dit tweejarige project is door het ministerie van OCW een bijdrage beschikbaar
gesteld.
Activeren gemeentelijk homo-emancipatiebeleid
Lokaal homo-emancipatiebeleid zit in de lift. Dit blijkt uit metingen van MOVISIE.
De streefdoelstelling van het kabinet: ‘meer dan vijftig actieve gemeenten’ is ruim gehaald.
Verder hebben veertien grote steden homo-emancipatie opgenomen in aparte
beleidsplannen en -maatregelen en werken daarbij ondermeer samen met lokale homo-
organisaties. De peiling van MOVISIE onder gemeenten zal eind 2010 worden herhaald.
De monitor van het Kenniscentrum MOVISIE komt tot stand door een jaarlijkse bijdrage van
het ministerie van VWS. In aanvulling op die MOVISIE taak, heeft het ministerie van OCW tot
en met 2011 projectmiddelen beschikbaar gesteld om een extra impuls te geven aan lokaal
homo-emancipatiebeleid. Naast adviezen op maat aan gemeenten heeft MOVISIE ook
praktische kennis in handreikingen beschikbaar gesteld op www.homo-emancipatie.nl.
Verder zijn er uitwisselingen geweest van kennis en ervaring tussen gemeenten over
bijvoorbeeld ‘lokale homo-organisaties’, ‘onderwijs’ en ‘migranten’.
In aanwezigheid van de minister voor homo-emancipatie is tijdens de conferentie lokaal
homo-emancipatiebeleid van 25 januari 2010 in Utrecht, door MOVISIE een tussenbalans
opgemaakt van het gemeentelijk homo-emancipatiebeleid en hebben de achttien koplopers
hun aanpak gepresenteerd. De bijeenkomst was een van de afspraken die de minister van
OCW met vertegenwoordigers van gemeentebesturen Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en
Utrecht had gemaakt. Op 5 maart 2008 zijn in aanwezigheid van H.K.H. Prinses Máxima
deze en andere afspraken officieel vastgelegd in de koploperovereenkomst homo-
emancipatie tussen de minister en koplopergemeenten. Veertien andere grote steden
hebben zich korte tijd later bij de G4 aangesloten. Deze achttien gemeenten ontvangen, via
de decentralisatie-uitkering van de minister van BZK, voor die extra inzet een bijdrage voor
de duur van de overeenkomst. De overeenkomsten zijn gesloten voor de periode tot eind
2011.
De lokale thema’s waarop de koplopergemeenten hun activiteiten het meest inzetten zijn:
‘veiligheid - discriminatie’, ’onderwijs’ en ‘bespreekbaar maken in groepen waar
homoseksualiteit nog een lastig thema is’.
Utrecht is in 2009 gekozen tot de best presterende gemeente op gebied van lokaal homo-
emancipatiebeleid. Daarmee is deze gemeente de derde in de rij, na eerdere winnaars van
de door MOVISIE ingestelde ‘lantaarnprijs’: Nijmegen en Rotterdam.
13
Tabel 8: deelnemende gemeenten koplopers homo-emancipatie 2008-2011
Amsterdam
Amersfoort
Arnhem
Den Haag
Deventer
Dordrecht
Enschede
Groningen
Heerlen
Leeuwarden
Leiden
Lelystad
Maastricht
Nijmegen
Rotterdam
Utrecht
Tilburg
Zwolle
samenvattend
• Op de maatschappelijke terreinen: school, werk, ouderen(zorg) en sport werken tien
landelijke organisaties samen met LHBT-organisaties om sociale acceptatie te
verbeteren.
• Achttien gemeentebesturen van grote steden werken met homo-organisaties samen
en besteden extra aandacht aan bevordering sociale acceptatie in hun gemeente.
Meer gemeenten besteden aandacht aan lokaal homo-emancipatiebeleid.
14
3 Uit de kast kunnen komen en steunen van kwetsbare groepen
Het kabinet heeft een extra impuls gegeven aan de emancipatie van kwetsbare groepen. Dat
gebeurt via ondersteuning van netwerken van lesbische vrouwen en transgenders en door
een bijdrage aan de landelijke ‘kom uit de kast’ dag. De extra aandacht voor
levensbeschouwelijke – en etnische homogroepen is al aan de orde gekomen in paragraaf 1.
Landelijke ‘Kom uit de kast’-dag
In oktober 2008 werd de ‘Kom uit de kast’-dag voor het eerst in ons land gehouden op
verschillende plaatsen, zoals: de HEMA in Nijmegen, een woonzorgcentrum in Den Haag en
de winkelpromenade in de binnenstad van Arnhem. Vorig jaar werd in negen steden
stilgestaan bij deze dag. De Gay krant, Zij-aan-Zij, Expreszo en Gay & Night hebben met hun
project een impuls gegeven aan de landelijke bekendheid van de Kom uit de kast dag onder
jongeren, met de uitgifte van speciale ‘Coming Out’ katernen in De Pers en in Metro.
Lesbische vrouwen
Het beleid richt zich ook op het versterken van de positie van lesbische en biseksuele
vrouwen. Lesbische vrouwen zijn minder betrokken bij en zichtbaar in het emancipatieproces
dan homoseksuele mannen. Om dat te verbeteren, heeft het ministerie van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap een tweejarig project Lesbisch Debat ondersteund van de stichting
FemFusion, een landelijke lesbische organisatie. Daarbij zijn in vijf openbare debatten met
vertegenwoordigers van allerlei organisaties23 knelpunten geïnventariseerd en strategieën
besproken voor verbetering. Aan de orde kwamen onderzoek, emancipatie, zichtbaarheid,
seksualiteit en veiligheid (zie www.lesbischdebat.nl).
Punten voor verbetering bleken ondermeer: gebrek aan onderzoeksgegevens over de
specifieke positie van lesbische vrouwen, weinig steun van zowel de vrouwen- als de
homobeweging, gebrek aan aansprekende rolmodellen, een negatief imago van lesbische
vrouwen, weinig aandacht voor antilesbisch geweld. Om dat te doorbreken, spannen homo-
en vrouwenorganisaties en betrokken experts en zelforganisaties van lesbische vrouwen
zich in met allerlei activiteiten, zoals: de Femme Award verkiezing, het ontwerpen van
tegendraadse posters, een kaartencampagne tijdens Roze Zaterdag om de
aangiftebereidheid te verhogen van antilesbisch geweld en het onderzoek van Stichting
Ondersteboven.
Uit het onderzoek van de Stichting Ondersteboven en de Universiteit van Amsterdam naar
het welbevinden van lesbische en biseksuele vrouwen blijkt dat lesbische en biseksuele
vrouwen meer problemen ervaren dan heterovrouwen voor wat betreft hun lichamelijke en
psychische gezondheid, en dat dit samenhangt met stigmatisering door hun omgeving.
Het debat en het onderzoek hebben een vervolg gekregen in een nieuw
samenwerkingsverband van Ondersteboven, COC en Lets Be Open, een organisatie voor
jonge LB vrouwen. Deze alliantie heeft een projectvoorstel ingediend bij het ministerie van
OCW.
Transgender personen
Over de specifieke knelpunten van de naar de schatting dertig- tot honderdduizend
transgender personen (mensen die buiten de traditionele indeling van mannen en vrouwen
vallen) is nog maar weinig bekend. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
ondersteunt jaarlijks Transgender Netwerk Nederland (TNN) om de grote onbekendheid over
(knelpunten rond) transgender personen te doorbreken24. In een aparte brief 14 oktober
200925 heeft de minister voor homo-emancipatie de toekomst geschetst van het stimuleren
23
o.a.: COC, Movisie, SCP, FNV, Company Pride Platform, Roze in Blauw, Zij aan Zij
24
In 2008 en 2009 ontving TNN € 50.000 per jaar op basis van een projectsubsidie. Vanaf 2010 is sprake van een
instelingssubsidie voor € 100.000 per jaar
25
27.017 nr. 56, Brief minister met schets voor stimulering van het transgenderbeleid in de toekomst, vergaderjaar 2009/2010.
15
van transgenderbeleid. Zie voor de verdere stand van zaken in paragraaf 6 van dit
hoofdstuk.
samenvattend
• Kennis over specifieke problemen van verschillende groepen en de maatschappelijke
zichtbaarheid van die groepen is verbeterd.
• Elk jaar worden activiteiten gehouden ter gelegenheid van de Landelijke ’Kom uit de
kast’-dag.
4 Internationale dimensie versterken
Het kabinet heeft op internationaal terrein de nodige aandacht besteed aan mensenrechten
in het algemeen en de acceptatie van homoseksuelen in het bijzonder. De stand van zaken
is opgenomen in het hoofdstuk Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking. Naast
de actieve inzet van Buitenlandse Zaken, dat non-discriminatie op basis van seksuele
oriëntatie in 2007 tot een van de prioriteiten maakte26, is ook door het ministerie van OCW
het nodige tot stand gebracht.
VN Vrouwenverdrag en lesbische, biseksuele en transgender vrouwen
“Vrouwenrechten zijn mensenrechten”. Dat is het uitgangspunt van het VN-vrouwenverdrag
voor emancipatie van vrouwen wereldwijd. Kwetsbare groepen vrouwen krijgen daarbij extra
aandacht. Lesbische en biseksuele vrouwen en transgender personen werden echter door
overheden in deze setting nog niet als zodanig benoemd. De positie van LBT vrouwen krijgt
de laatste jaren internationaal wel aandacht via de invalshoek van mensenrechten; het COC
is bijvoorbeeld sinds 2009 officieel waarnemer bij de Economische en Sociale Raad van de
Verenigde Naties (UN ECOSOC).
Ook binnen het kader van de VN vrouwenemancipatie komt de specifieke positie van LBT-
vrouwen aan de orde. Zo nam de staatssecretaris van OCW in 2010 het voortouw dit
onderwerp te agenderen in de Committee on the Elimination of Discrimination against
Women van de Verenigde Naties (CEDAW). Dat gebeurde ook tijdens de daarop volgende
Committee on the Status of Women (CSW) bijeenkomst in New York, voorjaar 2010.
Nederland verzorgde samen met België en Portugal een side event over LBT vrouwen die
door ruim 90 personen (NGO’s en leden van overheidsdelegaties) werd bezocht. De
Nederlandse overheid werkte daarbij samen met NGO’s als ILGA, Hivos, TNN en COC-
internationaal
Capaciteitsversterking op Europees niveau
Ook op Europees niveau is de slagkracht van organisaties die opkomen voor de belangen
van homoseksuelen versterkt. Tot einde 2011 draagt het ministerie van OCW bij aan het
project van ILGA-Europe gericht op de aanpak van en samenwerking tegen
antihomoseksueel geweld binnen Europa. Geweld tegen homoseksuelen doet zich voor in
alle landen. ILGA-Europe ondersteunt de uitwisseling tussen en samenwerking met
verschillende politiekorpsen en homo-organisaties in de verschillende Europese landen.
De internationale homojongerenorganisatie: IGLYO-Europe, heeft van het ministerie van
OCW een bijdrage gekregen om in Europa meer aandacht te vragen voor de positie van
homojongeren. Die steun heeft ondermeer geleid tot de erkenning van deze organisatie door
de Europese Commissie.
De vierjarige projecten aan beide organisaties lopen eind 2011 af.
26
Zie verder Hoofdstuk Buitenlandse Zaken in deel II van deze Voortgangsrapportage
16
Oprichting van informeel National Focal Points netwerk
Ter gelegenheid van het Nederlands EU-voorzitterschap in 2004 heeft de bewindspersoon
voor homo-emancipatie het initiatief genomen tot uitwisseling en samenwerking tussen like
minded overheden op het gebied van homo-emancipatiebeleid binnen Europa. Die informele
uitwisseling heeft geleid tot de oprichting van een Europees netwerk van zogenaamde
national focal points. Inmiddels doen elf nationale overheden en drie regionale overheden
(Vlaanderen, Schotland en Catalonie) mee. Ondanks de verschillen tussen landen in Europa
zijn de overeenkomsten opvallend. Veiligheid op straat, aanpak van homodiscriminatie op de
werkvloer en op school, het bespreekbaar maken door dialoog en specifieke knelpunten voor
transgender personen staan hoog op de gemeenschappelijke knelpuntenlijst. In de
uitwisseling wordt samengewerkt met de Fundamental Rights Agency van de Europese
Unie. Het netwerk heeft ook het initiatief genomen om het project van
Mensenrechtencommissaris Thomas Hammarberg van de Raad van Europa te
ondersteunen.
Eind oktober 2010 is de coördinerend bewindspersoon voor het homo-emancipatiebeleid
gastheer van de zesde bijeenkomst van het Europese netwerk van like minded overheden
en van de ILGA-Europe jaarvergadering in Den Haag.
Steun aan onderzoek Raad van Europa
Samen met de Vlaamse, Finse, Zweedse, Noorse, Duitse en Engelse overheid draagt het
ministerie van OCW bij aan het onderzoek onder 47 lidstaten van de Raad van Europa naar
de mensenrechtensituatie voor homoseksuelen en transgenderpersonen. Het onderzoek is
een initiatief van de Mensenrechtencommissaris van de Raad van Europa en loopt einde
2010 af.
Actieve Nederlandse betrokkenheid bij Raad van Europa
In het comité voor de ontwikkeling van mensenrechten van de Raad van Europa, de CDDH,
hebben OCW en BZ samen een actieve bijdrage geleverd bij het opstellen van
aanbevelingen gericht op verbetering van mensenrechten voor homoseksuelen en
transgender personen. In 2009 is deelgenomen aan een door het Comité van Ministers van
de Raad van Europa speciaal ingestelde expertgroep. In maart 2010 zijn deze concrete
aanbevelingen door de 47 lidstaten vastgesteld. Aanbevelingen zijn niet alleen gericht op de
aanpak van discriminatie op grond van (homo- of hetero-)seksuele oriëntatie en gender
identiteit maar ook op het respect voor mensenrechten en op bevordering van tolerantie.
Over drie jaar zal de Raad van Europa de stand van zaken opmaken.27
Op dit terrein heeft Nederland samen met België ook in het comité voor de ontwikkeling van
gelijkheid tussen mannen en vrouwen, de CDEG, van de Raad van Europa actief aandacht
gevraagd voor de positie van LBT vrouwen. Het ministerie van OCW heeft zitting in het
Bureau van de CDEG. Tijdens de Ministersconferentie in mei, die in Baku is gehouden zijn
een resolutie en actieplan aangenomen waarin een paragraaf over LBT-vrouwen is
opgenomen.
Europese aandacht voor Nederlandse aanpak
De aanpak van het LHBT emancipatiebeleid in ons land heeft ook internationaal aandacht
gekregen. In het bijzonder de interdepartementale aanpak, de samenwerking in gay &
straight allianties, de aandacht voor het lokale niveau en voor discriminatie op meerdere
gronden en de monitoring,
Tijdens de Equality Summit van het Zweeds EU-voorzitterschap heeft OCW een presentatie
gegeven van de samenhangende aanpak binnen het homo-emancipatiebeleid. Aan de
bijeenkomst in november 2009 namen alle EU-lidstaten deel.
27
Raad van Europa, CM document CM (2010)05; maart 2010.
17
Op verzoek van de Europese Commissie heeft op 18 en 19 maart een Europese
studiebijeenkomst plaatsgehad op het ministerie van OCW over die Nederlandse aanpak.
Aan het door BZK en OCW voorbereide EU-seminar werd deelgenomen door veertien EU-
lidstaten28 en gastsprekers van ANBO, SCP, COC, TNT-Post, MOVISIE en het
Antidiscriminatiebureau Amsterdam-Amstelland.
samenvattend
• Nederlandse overheid stelt zich internationaal en Europees actief op.
• Europese samenwerking en uitwisseling tussen ‘like minded’ lidstaten op homo-
emancipatieterrein.
• Steun aan Europees onderzoek tegen antihomoseksueel geweld en intimidatie.
5 Samenhangende aanpak
Samenhangende aanpak en samenwerking
Om de in de kabinetsnota ‘Gewoon homo zijn’ opgenomen maatregelen uit te kunnen voeren
is een samenhangende aanpak en goede samenwerking onontbeerlijk. Die uit zich in de
afstemming van het beleid in de Interdepartementale Werkgroep Overheidsbeleid en
Homoseksualiteit (IWOH)29.
Om een impuls te geven aan homo-emancipatie heeft OCW ook bijgedragen aan projecten
en onderzoek van verschillende departementen, zoals: Defensie, BZK, VWS en Justitie.
Voorbeelden daarvan zijn: de steun aan de verdere professionalisering van de Stichting
Homoseksualiteit en Krijgsmacht en aan het Landelijk Roze Politienetwerk, activiteiten van
de Sportalliantie en de Gay & Straight Ouderenalliantie, het lesbisch ouderschap en
onderzoek naar antihomoseksueel geweld.
Niet alleen bij projecten en onderzoek maar ook bij monitoring zijn er raakvlakken. Zo heeft
bijvoorbeeld de monitor lokaal homo-emancipatiebeleid van MOVISIE raakvlakken met de
uitvoeringspraktijk van ondermeer de Wet maatschappelijke ondersteuning en de monitor
van het SCP met vraagstukken rond integratie.
Zichtbaarheid kabinet
Bij verschillende gelegenheden is het kabinet Balkenende-IV zichtbaar geweest om steun te
geven aan het belang van respect en betere sociale acceptatie. Door werkbezoeken en
andere optredens hebben verschillende bewindspersonen bijgedragen aan de zichtbaarheid
van het kabinet op dit beleidsterrein. De minister van OCW en de staatssecretarissen van
Defensie en van Economische Zaken hebben deelgenomen aan de Roze Zaterdag in Den
Haag. Verschillende leden van het kabinet hebben meegevaren tijdens de Amsterdamse
Canal Parade. Een uitgebreid overzicht van het gevoerde lesbisch- en homo-
emancipatiebeleid30 is voor het publiek toegankelijk op de nieuwe website van de
Rijksoverheid.
Niet alleen het kabinet maar ook anderen geven zichtbaar uiting aan steun voor betere
acceptatie van homoseksuelen. Opvallend is de steun van bijvoorbeeld grote bedrijven aan
roze personeelsnetwerken, zowel in de private als in de publieke sector. Steeds meer
bedrijven zijn zichtbaar tijdens de Amsterdamse Canal Parade, Roze Zaterdag en andere
28
Verslag van het EU-seminar; zie: http://www.movisie.nl/121167/def/home/homoemancipatie/beleid/europa/
29
Zie taak en bevoegdhedenverdeling van de bewindspersoon voor het homo-emancipatiebeleid en de andere
bewindspersonen in de brief aan Kamer van 7 juni 2008, kenmerk 27 017, nr. 25 - vergaderjaar 2007/2008.
30
Zie: http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/homo-emancipatie
18
publieke gelegenheden en onderstrepen daarmee het belang van het uit de kast kunnen
komen en het belang van diversiteit.
Erkenning inzet van de homobeweging
Met de eerste uitreiking van de Regeringsprijs voor homo-emancipatie, de Jos Brink Prijs,
aan de heer Henk Krol, heeft de minister vorig jaar op 17 mei, de Internationale dag tegen
homofobie, de inzet en bijdrage van de homobeweging erkend. Henk Krol werd door een
onafhankelijke jury van Wim van der Camp, Sonja Barend, Erwin Olaf, Claudia de Breij en
Sophie Hilbrand als laureaat verkozen vanwege zijn activiteiten voor ondermeer de Stichting
vrienden van de Gay krant en de openstelling van het burgerlijk huwelijk voor paren van
hetzelfde geslacht in het bijzonder. Bij deze oeuvreprijs, die werd uitgereikt in de Koninklijke
Schouwburg in Den Haag, hoort een geldbedrag en een kunstobject.
Op initiatief van de jury is in 2009 ook een aanmoedigingsprijs uitgereikt aan het Rotterdams
Centrum voor Theater vanwege de vele theatervoorstellingen met voorlichting over
homoseksualiteit aan leerlingen op verschillende scholen.
COC Nederland
De federatie COC Nederland heeft in het homo-emancipatiebeleid een belangrijke
signalerende, adviserende en ondersteunende rol. Zo heeft COC Nederland bijvoorbeeld
advies uitgebracht aan de commissie Kalsbeek over de openstelling van het ouderschap
voor lesbische paren, asiel voor homoseksuele vluchtelingen en interlandelijke adoptie door
paren van gelijk geslacht. Verder ondersteunt het COC verschillende organisaties en werkt
samen met andere organisaties en vrijwilligers in het land. Het ministerie van OCW stelt voor
die basistaken, die landelijke infrastructuurfunctie, jaarlijkse een instellingsbijdrage
beschikbaar.
Internationaal Homo- en Lesbisch Archief (IHLIA)
Ons land heeft met het IHLIA een internationaal unieke collectie over de geschiedenis en
achtergronden van homo-emancipatie in Nederland en wereldwijd. De collectie bevat
internationale documentatie, zoals boeken, tijdschriften, films. Ook is de in de WO II
vernietigde Schorerbibliotheek, met informatie over de vervolging van homoseksuelen,
gereconstrueerd en ondergebracht bij het IHLIA.
Het nieuwe aanbod aan hedendaags materiaal neemt toe. Ook de vraag is toegenomen. Dit
uit zich ondermeer in het aantal en de diversiteit van bezoekers van bibliotheek, website (met
digitale zoekfunctie) en bezoek aan exposities, van wetenschappers en studenten tot
scholieren en toeristen. In Amsterdam is het IHLIA gehuisvest in de Openbare Bibliotheek.
Voor de locatie in Leeuwarden wordt een vergelijkbare plaats gezocht. Voor de archivering
wordt samengewerkt met het Instituut voor Sociale Geschiedenis.
Afgelopen jaren is de dienstverlening door IHLIA verder geprofessionaliseerd. De
toegankelijkheid van materiaal is verbeterd. Het ministerie van OCW stelt voor die
landelijke infrastructuurfunctie jaarlijkse een instellingsbijdrage beschikbaar.
samenvattend
• Uitreiking van de eerste Regeringsprijs voor homo-emancipatie op de internationale
dag tegen homofobie, 17 mei 2009.
• Historisch en hedendaags documentatie materiaal is beter toegankelijk geworden
voor een breed publiek (IHLIA).
• Versterking landelijke infrastructuur en steun aan de landelijke agenderende,
consultatie en ondersteuningsfunctie van Transgender Netwerk Nederland en COC
Nederland.
19
6 Beleid inzake transgender personen
Over de specifieke knelpunten van de naar schatting dertig- tot honderdduizend transgender
personen in ons land, heeft de bewindspersoon voor het homo-emancipatiebeleid de Kamer
in een aparte beleidsbrief geïnformeerd in 200831.
In deze rapportage is daarom de stand van zaken op dit specifieke terrein in een aparte
paragraaf opgenomen.
Quotes
“Ik was nooit mezelf maar een karikatuur van een man; ik deed wat van me verwacht werd,
maar was niet mezelf”
“Ik werd afgewezen in verband met mijn lichamelijk veranderingen werd mij medegedeeld”.
Twee transseksuele vrouwen in onderzoek Transgenders en werk, een onderzoek naar de arbeidssituatie van transgenders
in Nederland en Vlaanderen, Paul Vennix, Rutger Nisso Groep, 2009.
De problematiek van transgenders32 is veelal anders dan die van homoseksuele mannen,
lesbische vrouwen en biseksuele mannen en vrouwen, hoewel ook transgender personen
vaak gediscrimineerd en ongelijk behandeld worden. Dit blijkt ook uit de aanbevelingen van
Mensenrechtencommissaris van de Raad van Europa33.
Hoge werkloosheid, ervaringen met geweld en signalen van ernstige psychische problemen
en suïcide (pogingen) zijn kenmerkend voor de problemen van transgenders. Daarnaast is
de procedure voor juridische geslachtsverandering lang en ingewikkeld en zijn de
mogelijkheden van vergoeding voor geslachtsveranderende operaties beperkt. De
problematiek van transgenders raakt aan verschillende beleidsterreinen. De
verantwoordelijkheid voor het oplossen, ligt dan ook, net als op lesbisch- en homo-
emancipatieterrein, bij verschillende vakdepartementen, zoals: VWS, SZW en Justitie. De
staatssecretaris van OCW speelt daarin nu een coördinerende en aanjagende rol. Verder
wordt het onderwerp ook internationaal op de kaart gezet.
Specifieke knelpunten beter zichtbaar
Het Transgender Netwerk Nederland (TNN) ontvangt een instellingssubsidie om een
aanjagende en agenderende rol te vervullen. TNN is hierdoor in staat om strategische
allianties aan te gaan met organisaties die invloed hebben op de positieverbetering van
transgenders. In de afgelopen periode is het volgende bereikt:
- De problemen die transgenders ervaren met de huidige wetgeving aangaande
geslachtswijziging (art. 1:28 BW) hebben de aandacht van de meest betrokken
departementen.
- Transfoob geweld is onderdeel van de hatecrimecampagne in twee pilot politieregio’s
waaronder Amsterdam Amstelland, gericht op het verbeteren van de aangiftebereidheid
onder transgender personen.
- Deelname aan het overleg tussen de genderteams, Transvisie, het College van
Zorgverzekeringen (CvZ) en de zorgverzekeraars heeft geleid tot meer begrip voor de
behandeling van transgenders en tot voor patiënten gunstigere uitleg van de wet dan
aanvankelijk het geval was.
- Verschillende evenementen die de zichtbaarheid en bekendheid van transgenders
vergroten, zoals: een jaarlijkse gedenkdag voor de slachtoffers van geweld tegen
31
Kamerstuk: 27017, nr. 56, 1 oktober 2009.
32
Transgender is een verzamelnaam voor personen waarvan de gender identiteit niet overeenkomt met het geboortegeslacht.
Dat wil zeggen: je bent geboren als man of vrouw, maar je voelt of gedraagt je niet zo. Onder deze groep vallen travestieten,
transseksuelen en transgenderisten. Naar schatting 0,5% van de Nederlandse mannen en vrouwen voelt zich meer van het
andere geslacht dan van het eigen geslacht. De kans voor Nederland dat een kind later transseksueel blijkt te zijn is echter
lager; voor jongens naar schatting 1:3500 (0.029%) en voor meisjes 1: 6700 (0,015%) (Olyslager&Conway, 2007, bron
onderzoek Paul Vennix).
33
‘Human Rights and Gender Identity’, issue paper, Commissioner for Human Rights, Council of Europe, 2009.
20
transgenders, het Transfusion Festival (www.transfusionfestival.nl) en activiteiten ter
gelegenheid van Roze Zaterdag.
Uit onderzoek van de Rutgers Nisso Groep naar de situatie van transgenders op de
werkvloer34blijkt dat de arbeidssituatie en de sociale acceptatie op de werkvloer van
transgenders zorgelijk is. Transgenders ervaren dat ze vaker worden afgewezen, dat ze
moeilijker een baan vinden, veel minder doorstromen naar hogere functies en niet goed
geholpen worden door re-integratiebureaus. Transgenders die nog geen geslachtaanpassing
hebben ondergaan, durven op het werk meestal niet uit de kast te komen en ervaren dit als
een last. Ook worden transgenders (vooral die als man geboren zijn) vaker dan anderen
geconfronteerd met hinderlijk gedrag van vooral mannelijke collega’s. Transgenders geven
tegelijkertijd aan door het management ondersteund te worden en ook door de meeste
(vrouwelijke) collega’s. Ook zeggen transgenders steun te hebben ervaren van
hulpverleners.
Internationaal meer aandacht
Ter gelegenheid van het Spaans EU Voorzitterschap is, voor het eerst in dit verband, een
Internationale bijeenkomst gehouden over de knelpunten van transgenders. Het ministerie
van Buitenlandse Zaken heeft deze bijeenkomst ondersteund. Samen met het ministerie van
OCW is deelgenomen aan de bijeenkomst.
samenvattend
• Beter zicht op de specifieke problematiek van transgender personen en de aanpak
daarvan.
• Wetsvoorstel in voorbereiding die het makkelijker maakt om de geslachtsaanduiding
bij de burgerlijke stand te veranderen.
-o-
34
Transgenders en werk, een onderzoek naar de arbeidssituatie van transgenders in Nederland en Vlaanderen, Paul Vennix,
Rutger Nisso Groep, 2009.